Rondom het gebouw van het Deken Doyshuis wordt nieuwbouw geplaatst, waarbij de gevel nadrukkelijk zichtbaar zal blijven. Deze bebouwing wordt om het bodemarchief te sparen niet voorzien van diepe kelders, maar zal zo veel mogelijk op betonplaten worden gefundeerd. Hierdoor kon in de meeste gevallen worden volstaan met een ontgraving van de bovenste 0,5 m, waardoor het dieper liggende bodemarchief in situ kon worden bewaard. Voorafgaand aan en tijdens de bouwwerkzaamheden is daarom een archeologisch onderzoek uitgevoerd dat zich beperkte tot het bovenste sporenvlak, dat als gevolg van de bouwwerkzaamheden zou worden verstoord. Het onderzoek is in drie verschillende korte fasen uitgevoerd. De eerste fase startte op 18 december 2007, de laatste fase werd afgerond op 18 juni 2008.Uit de gegevens die dit onderzoek opleverde ontstaat een gedetailleerd beeld van de inrichting van het terrein rondom het Deken Doyscomplex. Daarnaast zijn meerdere muurfragmenten aangetroffen die aan verschillende fasen van het hoofdgebouw zijn toe te schrijven. In deze rapportage worden de aangetroffen sporen per ontwikkelingsfase beschreven. Omdat slechts de bovenste laag van het bodemarchief is onderzocht, ligt het zwaartepunt van de beschreven ontwikkelingen in de 16de eeuw en later. De oudere sporen liggen namelijk dieper in de bodem en zijn tijdens dit onderzoek niet aan het licht gekomen, met uitzondering van enkele oudere sporen direct aan de Lange Bisschopsstraat. Dit deel was in 2002 al grotendeels onderzocht en voor de fundering van de nieuwbouw was het noodzakelijk dit deel dieper te ontgraven. Hierbij konden de gegevens uit de campagne van 2002 worden aangevuld. De resultaten van het onderzoek in 2002 worden hier niet uitputtend beschreven, alleen de relevante sporen worden behandeld.