Bureauonderzoek Florijnstraat 5 en 7 te Oosterhout, gemeente Oosterhout (NB)

DOI

Laagland Archeologie heeft in maart 2026 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Florijnstraat 5 en 7 te Oosterhout. Het onderzoek vond plaats in verband met de aankoop van de percelen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied is gelegen op ‘het Hoge’, binnen het Pleistocene zandgebied. Binnen het plangebied is geen sprake geweest van veengroei. Geomorfologisch ligt het plangebied in een zone die niet in kaart gebracht is, maar wordt een terrasafzettingsvlakte verwacht. Op de bodemkundige kaart is het plangebied eveneens niet in kaart gebracht, maar worden veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand te verwacht. Op basis van nabijgelegen ligt de Formatie van Sterksel op ca. 1,50 m -mv onder de Formatie van Boxtel. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als deel van een dennenbos. Uit oude kaarten blijkt dat rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf 1962 en 1968. Op basis van het AHN is sprake van enige ophoging binnen het plangebied. De verwachting voor het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe wordt laag geacht. Op basis van het bureauonderzoek worden geen archeologische resten verwacht. Het advies luidt dan ook om het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Oosterhout. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, C. Rodenburg. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/AFRKG6
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/AFRKG6
Provenance
Creator Kost R.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Ponten, A.M.S.
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Ponten, A.M.S. (Laagland Archeologie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 3310090
Version 1.0
Discipline Humanities