In opdracht van de gemeente Vught heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Groensche Hoeven te Vught. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van vier woningen waarbij een gerede kans bestaat dat archeologische waarden vernietigd zullen worden.Het plangebied ligt op een hoger gelegen dekzandrug waar zich een haardpodzol heeft kunnen ontwikkelen. Door grondgebruik in de nieuwe tijd is de bodem in het grootste deel van het plangebied vergraven en opgenomen in het cultuurdek. Alleen in het zuidoostelijke deel komt nog een intacte podzol voor. In het plangebied zijn drie vindplaatsen vastgesteld. Het gaat om twee erven die ook de kadastrale minuut van 1811-1832 staan weergegeven. Vindplaats 1 betreft het zuidelijk gelegen erf en vindplaats 2 het noordelijk gelegen erf. De sporen van beide vindplaatsen dateren uit de 18e eeuw. Beide erven bleven tot in de 20e eeuw in gebruik. Mogelijk gaat de bewoning nog verder terug, maar vervolgonderzoek moet dat uitwijzen. Vindplaats 3 bestaat uit sporen van landgebruik, behorende tot de erven. De sporen zijn globaal in de nieuwe tijd te dateren, maar zullen vermoedelijk eveneens in de periode van de 18e-20e eeuw worden geplaatst. Het vondstmateriaal is zeer minimaal. In totaal zijn zestien vondsten verzameld, bestaande uit fragmenten aardewerk, een fragment van een dakpan, glas en metaal.Het advies van BAAC is om beide vindplaatsen te behouden door middel van behoud in situ. Omdat in de huidige fase van de planvorming een verandering van de plannen is uitgesloten, is behoud in situ voor het plangebied geen optie en moet een archeologische opgraving plaatsvinden (behoud ex situ). Vindplaats 3 geeft geen aanleiding tot behoud. BAAC adviseert dan ook om het oostelijke deel van het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkelingen.Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten. Het selectieadvies dient namelijk eerst beoordelen. Hoewel getracht is een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. Daarom blijft de meldingsplicht ten aanzien van archeologische vondsten conform de Erfgoedwet gelden. Dit betekent dat, indien er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Vught dient te melden (Omgevingswet afdeling 19.2).