Uit het karterend booronderzoek is gebleken dat bij de twee meest zuidelijke boringen (boring 1 en 2) archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Het gaat daarbij om drie vuurstenen artefac ten die allen zijn gevonden in de top van het dekzand (C-horizont). De artefacten bestaan uit twee (klingvormige) afslagen en een splinter en doen vermoeden dat in de directe omgeving sprake is van een kleine steentijdvindplaats waar jagers-verzamelaars kortstondig aanwezig zijn geweest. De aangetroffen artefacten wijzen op plaatselijke productie/bewerking van vuursteen. De archeologische verwachting voor het zuidelijke deel van het plangebied blijft daardoor hoog. In algemene zin zou geadviseerd kunnen worden om bodemingrepen daar niet dieper te zetten dan 13,4 m +NAP, maar gezien het type voorgenomen bodemingrepen (natuurvriendelijke oever), lijkt dit geen haalbare opzet. Om die reden wordt aanbevolen om voor het zuidelijke deel van het plangebied voorafgaand aan de geplande bodemingrepen een waarderend onderzoek uit te voeren, waarbij gewerkt wordt met proefputjes van 1 m2. Het heeft de voorkeur om deze proefputjes strategisch te plaatsen zodat met name ook de omvang/begrenzing van de vindplaats in beeld kan worden gebracht. Voor het noordelijke deel van het plangebied (gerekend vanaf boring 12) geldt dat de archeologische verwachting bijgesteld kan worden van hoog naar laag. Het archeologisch relevante niveau is daar deels afwezig/geërodeerd (keizand) of vrij van archeologische indicatoren.