In opdracht van WSP Nederland B.V. heeft RAAP in februari een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Netuitbreiding Arkel, (tijdelijk) hoogspanningsstation Arkel 2 te Arkel in de gemeente Molenlanden. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.
Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
• Op dieptes variërend van aan maaiveld tot enkele meters diep kunnen resten aanwezig zijn van tijdelijke kampementen van jager verzamelaars uit het mesolithicum of van meer sedentaire bewoning uit het neolithicum.
• In een strook langs de zuidrand van het plangebied en een slingerende strook van zuid naar noord worden crevasse-afzettingen verwacht uit de ijzertijd en daarna. Hierop kan mogelijk gewoond zijn.
• In de rest van het plangebied is sprake van veen en komklei, beide zijn grondsoorten die in een drassig milieu zijn gevormd. Hiervoor geldt een lage verwachting.
• Er worden geen resten van bewoning uit de nieuwe tijd verwacht.
• Er worden geen resten van de inrichting van het landschap voor militaire doeleinden uit de Tweede Wereldoorlog verwacht.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten.
Dit onderzoek wordt geadviseerd in het noorden van het plangebied, waar de rivierduin ligt en langs de stroken waar crevasses in de ondergrond (lijken) te liggen.
In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Molenlanden, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.