Klooster 15, 17 en 19 Harderwijk

DOI

Van het onderzochte gebouwencomplex Klooster 15 tot en met Klooster 19 hebben de gebouwen Klooster 17/17a en Klooster 19 onderdeel uitgemaakt van het voormalige Sint-Catharinaklooster dat al in 1439 bestond. Dit klooster is gesticht door de zusters tertiarissen in het zuiden van Harderwijk binnen de stadsuitleg van 1315. Het is aannemelijk dat Klooster 17/17a en mogelijk ook Klooster 19 tijdens de kloosterperiode gefunctioneerd hebben als gasthuis van het klooster. Misschien heeft Klooster 19 tijdens een deel van de kloosterperiode dienst gedaan als patershuis. Het gebouwencomplex Klooster 15 tot en met 19 is in de Late Middeleeuwen ontstaan als een 15e eeuws diepe huis (Klooster 19) dat in de 15e eeuw werd uitgebreid met een achterhuis (Klooster 17/17a). Het rondboogfries in de noordgevel was zichtbaar vanaf de stadszijde en bovendien zichtbaar vanaf de vermoedelijke toegang tot het kloosterterrein aan de noordzijde. Deze toegang was waarschijnlijk gelokaliseerd tussen de huidige locatie Donkerstraat 28 en de locatie van Klooster 15. Een overblijfsel van een muurtje met steunberen op het erf van Klooster 15 vormt mogelijk een begrenzing van dit steegje. Andere mogelijke toegangen tot het kloosterterrein, tijdens de kloosterperiode, zijn de Paradijspoort aan de westzijde en de toegang aan de oostzijde tussen Klooster 19 en het voormalige hoofdgebouw van de zusters aan de Academiestraat 14.

In het begin van de 16e eeuw werd eerst Klooster 19 en vervolgens Klooster 17/17a met een verdieping verhoogd. Bij de verbouwing van Klooster 17/17a is de kapconstructie van het eerdere eenlaagse gebouw grotendeels hergebruikt. Uit de bouwsporen is gebleken dat de zolder van het vroegere eenlaagse gebouw zeer waarschijnlijk een woonfunctie heeft gehad. Gezien de gebruiksfunctie als gasthuis waarbij mensen werden opgevangen is dit niet vreemd.

De zuidgevel van Klooster 19 heeft op de eerste verdieping enkele dichtgezette smalle hoge rondboogvensters. Aan de noordzijde van het oorspronkelijke diepe huis is tussen Klooster 19 en het naastgelegen dwarshuis (Academiestraat 12) een osendrop. Hier is op de eerste verdieping in de noordgevel van Klooster 19 een dichtgezette gevelopening.

De gevels van Klooster 15 tot en met 19 zijn gemetseld in staand- en kruisverband waarbij op de hoeken klezoren in de koppenlagen zijn toegepast (zuidgevel Klooster 17 en 19, oostgevel Klooster 17 en noordgevel Klooster 17/17a). De noordgevel van Klooster 19 is op de locatie van de osendrop, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping, gemetseld in patijtsverband. De oostgevel van Klooster 19 is vervangen, vermoedelijk in de 19e eeuw, waarbij klezoren in de strekkenlagen zijn toegepast.

Het voormalige hoofdgebouw van de zusters (Academiestraat 14), aan de zuidzijde van Klooster 19, dateert volgens het uitgevoerde dendrochronologisch onderzoek uit de periode vlak na 1464 (d). Uit een schriftelijke bron uit 1464 blijkt echter dat de locatie Academiestraat 14 in 1464 al door de zusters werd bewoond.

De zusters volgden de mis op de eerste verdieping van de dubbelkapel, gelegen aan de zuidzijde van het voormalige hoofdgebouw van de zusters. Op de eerste verdieping is in de noordgevel van de Sint-Catharinakapel nog de dichtgezette ingang op de eerste verdieping herkenbaar. De inwoners van de stad volgden de mis in de benedenkapel. Deze kapel is, volgens een opschrift boven de toegangsdeur in 1502 gebouwd, een jaar voor de grote stadsbrand in Harderwijk. Het is bekend dat het klooster in 1480 al een kapel had. Zeer waarschijnlijk heeft deze zich op de locatie van het huidige Klooster 2 bevonden.

Qua indeling valt op dat de verblijfsgebouwen aan de oostzijde van het voormalige kloosterterrein waren gesitueerd en de gebouwen voor de nijverheid aan de noordwest-, west en zuidzijde. In het midden van het terrein was een kloostertuin.

De begrenzing van het voormalige Sint-Catharinaklooster is bekend uit schriftelijke bronnen waarin de limieten van het klooster waren vastgelegd. Deze begrenzing is tegenwoordig nog herkenbaar met de noordgevel van Klooster 17/17a als noordelijke begrenzing, de stadsmuur als zuidelijke begrenzing, de Smeepoortenbrink als westelijke begrenzing en de huidige Academiestraat tenslotte als de oostelijke begrenzing. De begrenzing aan de noord- en oostzijde van het kloosterterrein blijkt ook uit de noordgevel van Klooster 17/17a en de oostgevel van Academiestraat 14 waarin oorspronkelijk geen vensters waren aangebracht op de begane grond aan respectievelijk de stadszijde en de straatzijde. De huidige dichtgezette enkelvoudige vensters op de begane grond van het voormalige hoofdgebouw van de zusters zijn, vermoedelijk in de 19e eeuw, als schijnvensters aangebracht.

Na de reformatie, toen Harderwijk protestants werd, werd het Sint-Catharinaklooster in 1582 gesloten. Aanvankelijk werd een aantal gebouwen van het complex door de stad verhuurd of verkocht. De zusters mochten nog in enkele gebouwen van het klooster blijven wonen. Hierna heeft het voormalige klooster meerdere gebruiksfuncties gehad waarbij de Illustere Hogeschool (Veluws Gymnasium), die in 1647 tot Gelderse Academie (Universiteit van Harderwijk) verheven werd, de belangrijkste is.

In 1600 verhief het kwartier van de Veluwe, de Latijnse school in Harderwijk tot bovengenoemde Illustere Hogeschool als vooropleiding tot de universiteit. Deze hogeschool werd gevestigd in de gebouwen van het Sint-Catharinaklooster. De collegezalen werden ingericht in de dubbelkapel van het Sint-Catharinaklooster. Het voormalige hoofdgebouw van de zusters (Academiestraat 14) werd dienstwoning voor de rector. Naast een eerste studentenverblijf (oeconomie) in de nabijheid van de Grote Kerk, werd in het voormalige werkhuis (Klooster 2-4), in 1630, een tweede oeconomie ingericht. Wegens gebrek aan financiële middelen moest deze oeconomie al in 1641 worden gesloten. Op de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639 staat als bestemming voor het klooster ‘Hooge Schole en Oeconomie’.

In 1647 werd de Illustere Hogeschool verheven tot Gelderse Academie met promotierechten. Beroemde promovendi waren onder meer de Zweedse botanicus Carolus Linnaeus, bekend van de door hem ontwikkelde ordening van plantengeslachten, en de medicus Herman Boerhaave.

De Sint-Catharinakapel werd verbouwd waarbij de bovenverdieping over het hele schip van de kerk werd doorgetrokken. In het koor, op de benedenverdieping, was tot 1672 een collegezaal met amfitheater voor de anatomische lessen. In de andere benedenruimte werden de theologiecolleges gegeven. De kleinste bovenruimte deed dienst als bibliotheek en in het grote bovenvertrek (het groot auditorium) werden de colleges in de rechten, medicijnen en wijsbegeerte gegeven. Hier vonden ook de promoties plaats.

Het voormalige hoofdgebouw van de zusters werd nu dienstwoning voor een professor. Het vroegere werkhuis dat tijdens het Veluws Gymnasium als studentenverblijf diende, werd verbouwd tot dienstwoning voor twee professoren. Ook aan de zuidzijde van de Sint-Catharinakapel werd een dienstwoning voor een professor gebouwd. De Gelderse Academie had vier faculteiten: theologie, wijsbegeerte en letteren, rechtsgeleerdheid en geneeskunde. Per faculteit waren 2 hoogleraren aangesteld. Binnen het kloosterterrein waren niet voldoende dienstwoningen voor de professoren. De overige professoren huurden of kochten een huis elders in Harderwijk. Van de professoren en de pedel is bekend dat zij ook studenten in de kost hadden. Ook verhuurden Harderwijkers kamers aan studenten.

De onderzochte gebouwen Klooster 17/17a en 19 werden omstreeks 1648 ingericht als dienstwoning voor de pedel waarbij op de begane grond en op de eerste verdieping een doorgang werd gemaakt tussen beide gebouwen. In 1739 werd Klooster 15 tegen de linker zijgevel van Klooster 17 aan gebouwd als opslagruimte voor de natuurkundige instrumenten. Ter herinnering aan de schenking van een grote brandspiegel aan de Gelderse Academie was aan de binnenzijde van de achtergevel van het gebouwtje een gedenksteen met Latijnse inscriptie ingemetseld. In het linkerdeel van Klooster 17 was een gijzelkamer waar studenten voor straf werden opgesloten. De gijzelkamer werd ook gebruikt als vergaderkamer voor de Academische Senaat.

In 2015 is een dendrochronologisch onderzoek uitgevoerd waarbij houtmonsters van de kapconstructies van Klooster 17, Klooster 17a en Klooster 19 zijn genomen. Geen van de houtmonsters was geschikt voor datering (zie bijlage 2 van het bouwhistorisch rapport voor de resultaten van Pressler GmbH Planung und Bauforschung).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/8BDDYX
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/8BDDYX
Provenance
Creator R.N. Halverstad
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Halverstad, Rachel
Publication Year 2025
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Halverstad, Rachel (Halverstad Archeologie en Bouwhistorie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 33250151
Version 1.0
Discipline Humanities