Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor een ontwikkeling aan de Weststraat 19 te Ouddorp. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd, om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied.Het plangebied heeft een omvang van ongeveer 200 m2. De beoogde ingreep bestaat uit de nieuwbouw van een bedrijfsruimte en woonruimte. Er zal worden gefundeerd op staal. De ontgraving ten behoeve van de fundering zal reiken tot een diepte tussen 50 en 80 cm -mv. Er worden geen funderingspalen gebruikt. Uit kaarten en literatuur komt naar voren dat Ouddorp is ontstaan op een strandwal die zich heeft gevormd tussen het Neolithicum en de IJzertijd. Op de strandwal hebben zich duinen gevormd. Op de strandwal en de duinen kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. In relatie tot de historische kern van Ouddorp kunnen in het plangebied archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn.In het plangebied zijn vijf boringen met een 12 cm Edelman boor, een 7 cm Edelmanboor en een 4 cm zuigerbuis geplaatst. De resultaten van het booronderzoek bevestigt het landschappelijke beeld van het bureauonderzoek: in de ondergrond bevinden zich grotendeels duinafzettingen – in de zuidpunt zijn wad-kwelderafzettingen aanwezig. Op de natuurlijke afzettingen bevindt zich een omgewerkte pakket van 150 cm tot 230 cm dik. In het omgewerkte pakket zijn antropogene bijmengingen aanwezig uit de Nieuwe tijd B of C.In de natuurlijke afzettingen zijn geen archeologische indicatoren aanwezig. Archeologische resten ontbreken hierin waarschijnlijk. Het bovenliggende omgewerkte pakket is waarschijnlijk ontstaan in samenhang de eeuwenlange bewoning in Ouddorp. De dateerbare indicatoren in het plangebied komen uit de Nieuwe tijd B of C. De bovenste 70 tot 150 cm van het bodemprofiel is waarschijnlijk in de Nieuwe tijd C omgewerkt. De voorgenomen bodemingreep beperkt zich grotendeels tot de bovenste omgewerkte laag. Het is onwaarschijnlijk dat bij de voorgenomen werkzaamheden archeologische waarden worden geroerd.Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Ondanks dat dit onderzoek met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is uitgevoerd, is het echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Bureau voor Archeologie wijst er in dat geval op dat men bij bodemverstorende activiteiten verplicht is om eventuele vondsten en grondsporen te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Goeree Overflakkee.