Laagland Archeologie heeft in december 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Watermolenlaan 4 en Houttuinlaan 5 te Woerden. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op de geomorfologische kaart ligt het zuidelijke deel van het plangebied in een zone met een rivierkomvlakte. Op basis van de kaart ‘Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta’ bevindt zich in het plangebied de Linschoten stroomrug. Deze stroomrug was actief van circa 2010 v. Chr. tot 50 na Chr. (3960–1900 BP). Op het AHN is te zien dat het plangebied zich op een lichte verhoging in het landschap bevindt. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met kalkloze poldervaaggronden. Mogelijk is het terrein opgehoogd. Waarschijnlijk bevindt zich daaronder het voormalige maaiveld met een A-horizont in komafzettingen, die naar onderen over gaan in oeverafzettingen. Tenslotte zijn beddingafzettingen van de Linschoten stroomgordel te verwachten. Vanwege de bebouwing binnen het plangebied kan enige verstoring hebben plaatsgevonden.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten vanaf de Late IJzertijd bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als weiland. Het was niet heel ver gelegen van de omwalling van de toenmalige vestingstad Woerden en lag ongetwijfeld binnen het schootveld. Het plangebied bleef onbebouwd tot rond 1988. Voor de periode Neolithicum – Bronstijd geldt een middelhoge verwachting. Voor de perioden IJzertijd – Romeinse Tijd en (Vroege) Middeleeuwen geldt een hoge verwachting.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Het terrein was waarschijnlijk te nat om geschikt te zijn als plek om te wonen. Bovendien bevindt het eventuele archeologische niveau zich op een aanzienlijke diepte (tenminste 120 cm -mv/1,42 m -NAP).Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Woerden. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU).Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).