Laagland Archeologie heeft in december 2022 en januari 2023 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Rietvink 5 te Blokzijl. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop en nieuwbouw van een woning.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat direct ten westen van het plangebied bij archeologisch onderzoek de resten van een scheepswerf uit de periode 16e -20e eeuw zijn aangetroffen. Deze werf zou zich hebben uitgestrekt tot in het huidige plangebied.Eventuele archeologische lagen kunnen worden geroerd bij de vervangende nieuwbouw van de woning, derhalve was het van belang om te weten of zich nog archeologische lagen in het plangebied bevonden en zo ja, op welke diepte.Het verkennend booronderzoek heeft tot doel de bodemopbouw te bepalen en eventuele kansrijke archeologische niveaus te onderscheiden. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied zes verkennende boringen gezet.Bij het verkennend booronderzoek is gebleken dat de bodem oorspronkelijk bestaat uit veen op dekzand. Op het veen liggen puinhoudende, opgebrachte venige lagen die zijn afgedekt met bestratingszand. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor resten van scheepshellingen in vorm van hout, pek en teerresten. Er werden ook geen archeologische indicatoren opgeboord anders dan de puinbijmenging. De top van het veen is niet stevig en slechts plaatselijk veraard. Het dekzand is niet gepodzoliseerd. Voor beide niveaus wordt de kans op archeologische resten laag ingeschat.Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek in plangebied uit te voeren en dit deel van plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.Bovenstaand advies dient te worden getoetst door de bevoegde overheid in dit geval de gemeente Steenwijkerland.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).