Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied op een diepte van 70-130 cm -Mv (4,2-4,8 m +NAP) sprake is van een intacte bodemopbouw in de top van het duinzand. Het is niet met zekerheid vast te stellen of dit Oude Duinen of Jonge Duinen betreffen. Daarmee is in deze duinafzettingen sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. Dieper in de ondergrond, vanaf een diepte van 135-170 (3,8-3,9 m +NAP) is een ontkalkt en zwak humeus niveau aangetroffen in de top van kalkrijke strandwalafzettingen. Deze strandwalafzettingen vormen het archeologisch relevante niveau voor het Neolithicum. Op basis van de aanwezigheid van restanten van bodemvorming in de beide zandlagen intact en heeft het lang genoeg drooggelegen om bewoonbaar te zijn geweest.