Op basis van het vooronderzoek werd verwacht dat op de crevasse-afzettingen mogelijk een vindplaats uit de Middeleeuwen zou liggen. De archeologische begeleiding bevestigt de ligging van de crevasse zoals vastgesteld in het booronderzoek maar er zijn geen archeologisch relevante resten aangetroffen. Het is niet duidelijk geworden hoe oud de crevasse is maar gezien de datering van naastgelegen stroomgordels van Andel en Biesheuvel lijkt een datering vanaf het Laat-Neolithicum tot en met de Midden-Bronstijd het meest voor de hand te liggen. De crevasse wordt afgedekt door een dunne laag siltige klei die als een getijdeafzetting is geïnterpreteerd. Deze afzetting moet op basis van het daarin aangetroffen aardewerk in de 13e - 14e eeuw of jonger worden geplaatst. Gezien de overstromingsgeschiedenis van het gebied ligt de vorming van de kleilaag tijdens (en na) de St. Elisabethsvloed van 1421 het meest voor de hand.