In opdracht van Penta Rho namens Metropolitan Real Estate Company (MREC) heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau van 14 april tot en met 16 april en op 16 juni 2008 archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek was noodzakelijk in verband met de voorgenomen bouwwerkzaamheden aan de Burgemeester Van Nispenstraat te Doetinchem, gemeente Doetinchem. De realisatie hiervan zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van de verwachte archeologische resten. Het primaire doel van het onderzoek was het maximaal verzamelen van archeologische gegevens, d.w.z. het documenteren en afwerken van grondsporen en/of lagen, het verzamelen van vondsten en het voldoende bemonsteren van potentieel rijke vullingen of bodemlagen. Omdat op voorhand duidelijk was dat bij het archeologisch onderzoek de voormalige stadsgracht zou worden aangesneden, is aan het archeologisch onderzoek een aantal beperkingen opgelegd. Er kon worden volstaan met twee dwarsdoorsneden van de voormalige gracht en de eventueel aanwezige stadsmuur. Er is derhalve gekozen voor een opgraving met beperkingen in plaats van een proefsleuvenonderzoek. Het archeologisch onderzoek werd in een later stadium nog verder bekort door de aanwezigheid van zware verontreinigingen in de bodem. Na het saneren van de bodem kon nog maar op één locatie een werkput aangelegd worden. Omdat in een latere fase van het planontwerp is gekozen om een tweede ingang naar de reeds bestaande parkeergarage te realiseren is er ook archeologisch onderzoek in de Walstraat uitgevoerd. Bij dit onderzoek bleek dat de ondergrond, juist door de bouw van de parkeergarage, volledig was verstoord. Bij het onderzoek aan de Burgemeester Van Nispenstraat zijn de voormalige stadsmuur en de omsluitende, binnenste stadsgracht aangetroffen. De stadsgracht is over een breedte van 22 m te volgen en bestaat uit twee fasen. Aan de noordzijde is de oudste fase aangetroffen. Daarin zijn verschillende, zeer schone en zandige opvullingslagen te zien. De rechte onderzijde van de gracht lag op ongeveer 2,5 m onder het huidige maaiveld. Uit dit deel van de gracht zijn geen vondsten afkomstig. Aan de zuidzijde, de stadskant, is de tweede fase van de stadsgracht te zien. Deze is door latere grondingrepen, onder ander de bouw van het 19e-eeuwse gymnasium, verstoord. De rechte onderzijde van de gracht lag hier iets dieper op ca. 3 m onder het huidige maaiveld. De meeste vondsten, aardewerken kruiken, borden, kannen, bekers en glazen flessen, stammen uit de tweede helft van de 19e eeuw en houden verband met het dichtgooien van de gracht, voordat op deze locatie een gymnasium werd gebouwd. Op de bodem van de gracht is een ijzeren bijl gevonden. Dit bijltype komt voor van de 15e tot de 18e eeuw. Tussen de gracht en de Walstraat is een deel van de oude stadsmuur opgetekend. De muur w opgebouwd uit grote bakstenen. Deze bakstenen of kloostermoppen hadden een formaat van 30/31 x 14/15 x 7/8. De muur had een breedte van 80 cm. Omdat slechts één zijde van de mu kon worden bekeken is het metselverband niet geheel duidelijk. In de zichtbare noordzijde, bu de stad, zijn alleen de kopse kanten van de bakstenen zichtbaar. Het oostelijk deel van de mu is afgebroken en er zijn oude bakstenen opgenomen in de muren van (waarschijnlijk) het gym sium. De muur ligt op een aantal ophogingslagen met daarin aardewerk uit de 11e en/of 12e e Tussen de lagen is een duidelijke houtskoollaag zichtbaar, die mogelijk het gevolg is van een brand. Daaronder bevinden zich nog twee greppels die haaks op de stadsgracht liggen. De on ste laag bestaat uit een zeer lemig pakket dat is aangebracht op de natuurlijke, zandige onder grond. Zowel het feit dat de stadsmuur ‘koud’ op de ophogingslagen ligt, d.w.z. zonder vleilaa van zand, als de aanwezigheid van de onderste leemlaag wekt de indruk dat de lagen een aar wal hebben gevormd. Deze kan echter alleen door het maken van een dwarsdoorsnede vastg steld worden. Een andere mogelijkheid is dat de muur is gebouwd op de akkergronden van de eerste nederzetting van Doetinchem uit de 9e eeuw.