In opdracht van Koppen Bouw B.V. heeft RAAP op 10 juli 2024 een archeologisch proefsleuvenonderzoek met optie tot doorstart naar opgraving uitgevoerd. Het onderzoek kadert in een omgevingsvergunning voor de bouw van een appartementencomplex. Voorafgaand het onderzoek was de 20e eeuwse bebouwing in het plangebied gesloopt.
Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de vindplaats. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Is de archeologische vindplaats behoudenswaardig, en, zo ja, kan deze behouden blijven of dient deze te worden opgegraven?
Tijdens het onderzoek is binnen het plangebied één proefsleuf aangelegd met een totaal oppervlak van circa 150 m2. Dit komt neer op een dekkingsgraad van circa 30% van het totale plangebied.
Het onderzoek heeft sporen opgeleverd die door de beperkte gaafheid en inhoudelijke kwaliteit geen bijdrage kunnen leveren tot een kenniswinst van de Limburgse archeologie. Daarom worden de resten niet tot een behoudenswaardige vindplaats gerekend. De diepgaande bodemverstoring en het gebrek aan een vindplaats geeft aanleiding om voor het plangebied de archeologische verwachting uit het vooronderzoek bij te schalen naar laag
Het selectieadvies geldt om het plangebied vrij te geven van verder archeologisch onderzoek.