In opdracht van het Brabants Landschap heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in september 2008 een archeologische begeleiding uitgevoerd in verband met de herinrichting van plangebied Nuenens Broek in de gemeente Nuenen Gerwen en Nederwetten (figuur 1). Het archeologisch onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat de geplande graafwerkzaamheden zouden kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische en historische resten. Doel van het onderzoek is het verschaffen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid aard en kwaliteit van archeologische waarden in het plangebied. 2 Aanleiding voor het archeologisch onderzoek In opdracht van het Brabants Landschap heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in april 2007 een archeologische verwachtingsen advieskaart gemaakt in verband met een maaiveldverlaging ten behoeve van de ontwikkeling van nat schraalland in de gemeente Son en Bruegel en de gemeente Nuenen Gerwen en Nederwetten (Keijers 2007). Doel van dit onderzoek was het verschaffen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid aard en fysieke kwaliteit van archeologische en historisch geografische waarden in het gebied (figuur 2) 3 Archeologische verwachting Archeologie Het totaal onderzochte gebied bestaat uit 5 plangebieden. Aangezien voor plangebied 1 een middelhoge kans geldt voor het aantreffen van jachtattributen en rituele deposities is alleen voor deze zone een vervolgonderzoek aanbevolen (Keijers 2007). Alhoewel natte gebiedsdelen archeologisch interessant zijn heeft karterend booronderzoek en oppervlaktekartering in beekdalen tot nog toe weinig vindplaatsen opgeleverd. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten is in overleg met de provincie en de opdrachtgever besloten de graafwerkzaamheden archeologisch te begeleiden. De graafwerkzaamheden bestonden uit het verlagen van het maaiveld (figuur 3). Historische geografie Het plangebied is van oorsprong een laaggelegen en slecht ontwaterd gebied dat weinig geschikt was voor bewoning en akkerbouw. Toch waren dergelijke gronden in het verleden belangrijk voor het dagelijkse leven. In het verleden zijn er dan ook inspanningen geleverd om het plangebied geschikt te maken als hooien graslanden. grote delen van plangebied Nuenens Broek. 4 Methoden In de rapportage van het archeologisch vooronderzoek werd aanbevolen het vervolgonderzoek te laten geschieden door middel van een laagdrempelig archeologische onderzoek in de vorm van een begeleiding. De archeologische begeleiding hield in dat een archeoloog tijdens de graafwerkzaamheden de graafvlakken regelmatig kwam controleren op de aanwezigheid van archeologische resten. Bovendien zijn de graafvlakken met behulp van een metaaldetector onderzocht op het voorkomen van metalen objecten. Onderdeel van het verkorte bureauonderzoek vormde een Plan van Aanpak. Hierin staan de eisen omschreven waaraan de aanbevolen archeologische begeleiding moet voldoen (Keijers 2007). Het Plan van Aanpak is goedgekeurd door de Provincie Noord-Brabant. Bij de archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden lag het accent op prospectie. Indien tijdens deze werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen dan dienen zij te worden gedocumenteerd tot op het niveau van een ARCHIS-melding. Wanneer tijdens de archeologische werkzaamheden zeer belangrijke archeologische waarden worden aangetroffen dient overleg plaats te vinden met de opdrachtgever en de Provincie Noord-Brabant over de te volgen strategie. 5 Onderzoeksvragen De archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden diende antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen: Archeologie 1. Zijn er archeologische resten aanwezig binnen de graafvlakken? Zo ja: 2. Waaruit bestaande archeologische resten en wat is de ouderdom ervan? 3. In welke geologische en bodemkundige eenheden dan wel lagen zijn deze ingebed en wat is de relatie tussen de ligging van de archeologische resten en geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het gebied? Historische geografie 4. Zijn er sporen aanwezig die duiden op agrarisch gebruik in het verleden? Zo ja: 5. Waaruit bestaande de resten en wat is de ouderdom ervan? 6. Wat is de relatie tussen de ligging van de resten en geomorfologische/hydrologische kenmerken van het gebied? Archeologie Tijdens de archeologische begeleiding zijn geen archeologische vondsten aangetroffen. De ondergrond van het vlak waar de bodemverschraling heeft plaatsgevonden wordt gekenmerkt door natte lemige bodems. In het ontgraven vlak zijn recente ploegsporen zichtbaar (figuur 4). Historische Geografie In het graafvlak tekenden zich in de geelgrijze ondergrond enkele greppels af die op een regelmatig afstand van elkaar liggen. De greppels worden gekenmerkt door een humeuze vulling. De greppels zijn restanten van een beemdenstructuur. Er zijn in het verleden enorme inspanningen gedaan om het plangebied in te richten voor het gebruik als weideen hooiland. Deze gronden zijn door hun natte omstandigheden uitermate geschikt voor het gebruik als hooiland. Deze inspanningen zijn te begrijpen als men beseft hoe belangrijk de graslanden waren voor het landbouwbedrijf. Door het gebruik van de beekdalgronden kreeg de boer meer wintervoer (hooi) tot zijn beschikking. De hoeveelheid wintervoer bepaalde de grootte van de veestapel die in de winter doorgehouden kon worden. Hierdoor werd weer de hoeveelheid mest bepaald waarover de boer kon beschikken. Op haar beurt weer bepaalde de hoeveelheid mest de grootte van het akkeroppervlak dat hij onder de ploeg kon houden. Bij de verschraling van plangebied 1 is rekening gehouden met de beemdenstructuur. De greppels zijn namelijk tijdens de werkzaamheden lichtelijk uitgediept. Hierdoor is de greppelstructuur in het veld herkenbaar en beleefbaar gebleven. Hierdoor heeft een versterking plaatsgevonden van het cultuurhistorische landschap (beemdenverkaveling) uit de 19e eeuw (zie figuur 3). 7 Aanbevelingen In plangebied Nuenens Broek zijn geen archeologische resten aangetroffen. Er worden om deze reden geen verdere aanbevelingen gedaan voor behoud of verder archeologisch onderzoek. Literatuur Keijers D.M.G. 2007. Plangebied Neunens Broek gemeente Son en Breugel en gemeente Nuenen Gerwen en Nederwetten; archeologisch verwachtingsen advieskaart. RAAP-rapport 1556. RAAP Archeologisch Adviesbureau Weesp. Overzicht van figuren Figuur 1. Ligging plangebied (rode lijn); inzet: ligging in Nederland (ster). Figuur 2. Ligging en hoogteligging van het plangebied. Figuur 3. Perceel waar bouwvoorverschraling heeft plaatsgevonden. Figuur 4. Het ontgraven vlak waarin zich ploegsporen aftekenen. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers Apeldoorn 2008 8 163164165 Figuur 1. Ligging plangebied (rode lijn); inzet: ligging in Nederland (ster).