Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (11559.003) Deken Hooijmansingel (ong.) te Groenlo

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het bureauonderzoek en conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre, kunnen er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Late-Middeleeuwen wordt hoog geacht, vanwege de veronderstelde ligging van het plangebied op hoog gelegen terrastrestrug (behorend tot het Laagterras) dat afgedekt is met (gordel)dekzand. Voor zowel Jagers-Verzamelaars als voor Landbouwers vormde deze landschappelijke eenheid een geschikte (tijdelijke) bewoningslocatie. Voor de periode Nieuwe tijd geldt een lage trefkans op het voorkomen van restanten van historische erven, aangezien geraadpleegd historisch kaartmateriaal aangeeft dat er binnen het plangebied geen historische bebouwing heeft gestaan ouder dan begin jaren ’50 van de 20e eeuw en daarvoor vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18e eeuw alleen een agrarisch gebruik kende. Specifiek voor het uiterst oostelijke deel van het plangebied wordt de kans op de aanwezigheid van restanten van een approche (loopgraaf met vulling/vermengde grond waarmee de loopgraaf gedempt is), als onderdeel van de Circumvallatielinie uit 1627, zeer hoog geacht.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten binnen het westelijke, centraal-westelijke als centrale deel van het plangebied (groenstroken met ontsluitingsweg en het sportveld) een bodemopbouw zien van een humeuze huidige bouwvoor met hieronder gestorte lagen grindhoudend bouwzand/stabilisatiezand en teruggestorte humeuze grond tot een gemiddelde diepte van 150 cm -mv en met uitschieters tot maximaal 225 cm -mv. In het zuidoostelijke deel van het plangebied (parkeerterrein met groenstroken) laten de verkennende boringen een verstoorde bodemopbouw zien tot minimaal 75 cm -mv, bestaande uit donkerbruingrijs gekleurd, matig humeus, zwak siltig, zeer fijn zand vermengd met resten modern bouw-, betonpuin en baksteen. Ook hier vindt een scherpe overgang plaats direct naar de 1C-horizont. Binnen dit terreindeel is de afdekkende laag dekzand/deken van dekzand vrij dik en verder komen hieronder grondmoreneafzettingen (keizand) voor bestaande uit lichtgrijswit gekleurd, zwak grindig, matig siltig, zeer fijn zand (2C-horizont). De raaien met boringen die gezet zijn specifiek voor het kunnen opsporen van mogelijk nog aanwezige restanten van approches/loopgraven, hebben niet geresulteerd in het kunnen aanduiden van een zone waar een dieper doorlopende laag van gemengde grond aanwezig is, als mogelijke vulling van een approche/loopgraaf. De variërende verstoringsdiepte zal het resultaat zijn van vergravingen ten behoeve van de huidige inrichting van het terrein als de aanleg van nutsvoorzieningen (kabels en leidingen, riolering). De meest oostelijk aangelegde raai laat wel een vrij intacte hoge bruine enkeerdgrond zien (geroerd plaggendek met hieronder een restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem), echter gaat het hier om een zeer beperkt terreindeel waar nog sprake is van een merendeels onverstoorde bodemopbouw. Een restant van een approche/loopgraaf is hier in ieder geval niet aanwezig.ConclusieOp basis van de verkennende boringen kan geconcludeerd worden dat de bodemopbouw binnen het plangebied dermate verstoord is dat zowel het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau volledig is vergraven. Archeologische waarden ouder dan de Nieuwe tijd zullen daarmee niet meer in situ worden aangetroffen. Verder wordt geconcludeerd dat dat de boringen niet geresulteerd hebben in het kunnen aanduiden van mogelijke restanten/vullingen van approches/loopgraven als onderdeel van de Circumvallatielinie. De hoge archeologische verwachting op het voorkomen van resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum dient daarmee bijgesteld te worden naar een lage verwachting. Er zijn geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen.AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een verstoorde bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is sterk aangetast dan wel volledig verwijderd). Tevens zijn er geen aanwijzingen die duiden op mogelijke restanten/vullingen van approches/loopgraven als onderdeel van de Circumvallatielinie. Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), de gemeente Oost Gelre of de provincie Gelderland.

Date Accepted: 03-09-2021

Date Accepted: 2021-09-03

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zj8-hzkc
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zj8-hzkc
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10494; 14855794; 10662; 1098; 4359
Version 1.0
Discipline Humanities