Het aardewerk dat aan het maaiveld is gevonden kan door bioturbatie en regelmatig ploegen in het verleden omhoog zijn gewerkt en daardoor een mogelijke aanwijzing zijn voor een vindplaats in de begraven ondergrond onder het plaggendek. De meest sterke aanwijzing vormt de oude akkerlaag met het houtskool omdat het houtskool uit het begraven bodemprofiel zelf komt.De aardewerkvondst bij boring 5 dateert uit de periode Volle- of Late middeleeuwen en kan duiden op de aanwezigheid van sporen van een nederzetting uit deze periode. Het bodemprofiel wijst uit dat een eventuele vindplaats of vindplaatsen nog gaaf aanwezig zouden kunnen zijn op een diepte van vanaf circa 30 cm tot 80 cm beneden maaiveld.