Het plangebied bevindt zich in een vlakte van getijafzettingen, ten zuiden van de afgedamde Maas. In het plangebied zijn meerdere potentiële archeologische niveaus te verwachten. Het diepste niveau betreft de getijdeafzettingen van het Laagpakket van Wormer. Na het sluiten van de kust waren de hoger gelegen en droge oevers van getijdegeulen mogelijk gunstig voor bewoning. De verwachting hierop is middelhoog voor de periode Neolithicum. De top van het veen, dat zich op de getijdeafzettingen bevindt, heeft mogelijk een gunstig niveau gevormd voor bewoning vanaf de Bronstijd tot en met de Middeleeuwen. De top van het veen bevindt zich op basis van een boring uit het Dinoloket net ten noorden van het plangebied (Deelgebied Dorpsstraat 63) op een diepte van circa 5,5 m -NAP (3,2 m -Mv). De verwachting is dat deze (ongeveer) op dezelfde hoogte zal liggen in het Deelgebied Dorpsstraat 63. In Deelgebied Gatsedijk 23 komt het veen vermoedelijk in een dikker pakket voor, aangezien dit deelgebied verder van de Afgedamde Maas verwijderd ligt. Er zijn voor zover bekend nog geen archeologische waarden op het veen bekend binnen het onderzoeksgebied (500 m rondom het plangebied). Dit sluit de aanwezigheid ervan in het plangebied niet uit en hierom geldt een middelhoge verwachting voor de periode Bronstijd – Middeleeuwen. Uit de Nieuwe tijd worden alleen sporen van ontginningen en verkaveling verwacht, aangezien bebouwing ontbreekt op historisch kaartmateriaal. De verwachting hierop is middelhoog.