Bureauonderzoek Ginnekenstraat 30-32 te Breda, gemeente Breda (NBr) Laagland Archeologie Rapport 118

DOI

Laagland Archeologie heeft in november 2017 een bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de sloop en nieuwbouw ter plekke van Ginnekenstraat 30-32 te Breda. Hiertoe is een omgevingsvergunning vereist. Onderdeel voor het verkrijgen van deze vergunning vormt het aspect archeologie. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.

Conclusie Op basis van de beschikbare bronnen is in hoofdstuk 3 een archeologisch verwachtingsmodel geformuleerd. Op basis van dit verwachtingsmodel kan geconcludeerd worden dat er binnen het plangebied overblijfselen te verwachten zijn van bebouwing en bewoning uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Verwacht wordt dat de bebouwing zich in de 14e en 15e eeuw vooral langs de Ginnekensweg bevond en vanaf de 16e eeuw binnen de omwalling ook langs de Bleekstraat ontwikkelde. Langs de Ginnekenstraat zijn nagenoeg alle archeologische resten verdwenen door de aanleg van een nog bestaande kelder. In het overige deel van het plangebied zijn archeologische resten naar verwachting nog aanwezig. De voorziene bodemingrepen zullen naar verwachting plaatselijk tot in onverstoord bodemarchief reiken.

Advies Op basis van het bureauonderzoek bestaat een grote kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten in de ondergrond van het plangebied. De geplande bodemingrepen zullen naar verwachting leiden tot een aantasting van het bodemarchief. Deze aantasting door sloop lijkt van beperkte omvang. Op basis hiervan adviseren wij na de verwijdering van bovengrondse delen van de bestaande bebouwing de sloop van ondergrondse delen onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden om aantasting van het bodemarchief te voorkomen. Daarbij kan tevens een indruk verkregen worden van de archeologische waarden die door de aanleg van de nieuwe bebouwing worden bedreigd. Vervolgens adviseren wij om ter plaatse van het nieuwbouwvlak over de gehele lengte één of meerdere proefsleuven te graven om het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en te kunnen beoordelen of er bij het uitgraven van de bouwput een opgraving noodzakelijk is. Op basis van de bevindingen uit de proefsleuven kan dan door het bevoegd gezag worden besloten of er een opgraving nodig is bij het uitgraven van de bouwput (archeologische begeleiding conform Protocol 4004 opgraven), dan wel het archeologisch onderzoek na het proefsleufonderzoek beëindigd is.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xmq-uqn8
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:115767
Provenance
Creator Spitzers, T.A.
Publisher Laagland Archeologie
Contributor Laagland Archeologie
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Laagland Archeologie
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2017-12-18T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-01-17T11:59:59Z