Opgravingen in het centrum van Vessem, gemeente Eersel Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 20 Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 20

DOI

Over het gehele in Vessem onderzochte terrein, ligt een door plaggenbemesting onstane, dikke humeuze toplaag. Een van de onderzoeksvragen was om meer duidelijkheid te verkijgen omtrent de ouderdom van deze laag. Vanwege de verstoring van de bovengrond was het niet mogelijk om te bepalen wanneer in Vessem de intensieve plaggenbemesting begonnen is. Wel is het aan de dikte van dit plaggendek te danken dat ondanks (sub)recente bouw- en graafactiviteiten talrijke archeologische resten bewaard zijn gebleven waardoor tijdens de opgraving meerdere interessante details van geschiedenis van het dorp Vessem geschiedenis aan het licht zijn gekomen. Zoals verwacht bleken er op het terrein archeologische resten uit de Volle Middeleeuwen te liggen. Binnen het beperkte overzicht dat het onderzoek in de bouwputten ons op het Vessemse bodemarchief bood, was herkenbaar dat ten noorden van de St. Lambertuskerk een nederzetting uit de Volle Middeleeuwen ligt die bestaat uit een nog onbekend aantal boerenerven. In de bouwputten van het gemeenschapshuis en de school kwamen zowel de resten van vier bootvormige gebouwplattegronden als van drie boomstamwaterputten en meerdere kuilen en kuilclusters aan het licht. In noordelijke richting – naarmate de afstand tot de kerk toeneemt – lijkt de dichtheid van de concentratie met middeleeuwse grondsporen af te nemen. Wel is duidelijk dat de nederzetting zich vanuit de bouwput van het gemeenschapshuis zowel in oostelijke en westelijke, als in zuidelijke richting voortzet. De oudste in de bouwputten aangetroffen middeleeuwse structuren dateren uit de 11de eeuw. Gezien de beperkte omvang van het onderzochte terrein, is het aannemelijk dat elders rond de kerk nog oudere – mogelijk zelfs vroeg middeleeuwse – archeologische resten liggen. Op basis van het in een aantal sporen gevonden aardewerk is de nederzetting in ieder geval in gebruik geweest tot in de 13de eeuw. Naast de nederzettingssporen uit de Volle Middeleeuwen zijn tijdens de opgraving tal van grondsporen uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. Zo was al voor het begin van de opgraving bekend dat op het terrein langs de Servatiusstraat twee historische boerderijen hebben gestaan. De zuidelijkste van deze gebouwen ligt net buiten de grenzen van de opgraving. Het bij deze boerderij horende erf lag echter nog wel in de opgegraven bouwput. Hier lag ondermeer een kuil met een geitenskelet. De geit had een schofthoogte van circa 66 cm en is tussen 4.5 en 6 jaar oud geworden. Verder was de geit zwanger of zojuist bevallen van (tenminste) één jong geitje, dat ook in dezelfde kuil is aangetroffen. De geit was ongehoornd en is waarschijnlijk in de 19de of het begin 20ste eeuw begraven. Ter hoogte van de plaats waar de noordelijkste boerderij verwacht werd, bleken onder het plaggendek inderdaad nog resten van een stenen gebouw bewaard gebleven te zijn. Het gaat bij deze resten om een dwars op het gebouw liggend fundament van een brandmuur, twee stenen poeren en een houten aanbouw, met voor deze periode ouderwets aandoende paalkuilen en wandgreppels. Bekend is dat op deze plaats in 1904 een boerderij door brand verwoest is. Vreemd is het dat uit de teruggevonden grondsporen geen vondsten aangetroffen zijn die de historische datering bevestigen. Op basis van het in grondsporen aangetroffen vondstmateriaal is het niet uit te sluiten dat het om de resten van een 17de of 18de eeuwse voorganger van het historisch overgeleverde gebouw gaat. Wel is direct naast de boerderij een bakstenen waterput aangetroffen die minstens tot aan het einde van de 19de eeuw in gebruik moet zijn geweest. In het uiterste noorden van het onderzoeksterrein kwamen geheel onverwacht de goed bewaarde resten van een gieterij voor kerkklokken aan het licht. Het bleek bij deze resten te gaan om een tijdelijke werf van de klokkengieter Jean Petit die op deze plaats in 1726 de nieuwe klokken gegoten heeft voor de St. Lambertuskerk en het St. Willibrorduskerkje te Middelbeers. Resten van dergelijke tijdelijke klokkengieterijen worden in Brabant wel vaker aangetroffen. In Vessem gaat het echter om een buitengewoon compleet ensemble waarbij zowel de kuil waarin de klokken werden gegoten als resten van de oven konden worden bestudeerd. Verder bleken zich tussen het afval, waarmee de kuilen na gebruik opgevuld waren, resten van een goed geconserveerde gietvorm te bevinden, waarop nog de naam van de gieter te lezen is. Uit archiefstukken en oude beschrijvingen van de inmiddels verloren gegane kerkklokken blijkt dat er in Vessem drie kerkklokken gegoten moeten zijn. Op basis van de grondsporen en vondsten die tijdens de opgraving aan het licht kwamen, moeten er in Vessem in totaal vijf klokkengietvormen vervaardigd zijn. Van een van de gietvormen staat vast dat deze mislukte en derhalve nooit gebruikt is. Blijft dus een gietvorm over ten aanzien waarvan nog onduidelijkheid bestaat. Deze kan gebruikt zijn om naast de drie reeds genoemde klokken nog een vierde exemplaar te gieten. Het is echter ook mogelijk dat ook deze gietvorm voortijdig mislukte.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-z59-285d
Related Identifier 10.17026/dans-xvj-ynd
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:93403
Provenance
Creator Lascaris, M.A.
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor VUhbs archeologie
Publication Year 2018
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact VUhbs archeologie
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2005-07-01T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2018-05-03T11:59:59Z