Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek (13592.001) Gerrit ten Holteweg (ong.) te Oene

Gespecificeerde archeologische verwachting Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat het plangebied op een dekzandrug ligt, waarop waarschijnlijk een (dik) plaggendek is aangebracht. Dergelijk relatief hoog gelegen terrein-delen zullen al voor Jager-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) een gunstige ligging hebben gehad als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers was het plangebied een gunstige nederzettingslocatie. De van nature voldoende ontwaterde gronden op de dekzandrug waren geschikt voor het verbouwen van gewassen. De grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Voor de perioden IJzertijd - Romeinse tijd - Middeleeuwen is de algemene tendens dat de huisplaatsen steeds plaatsvaster werden en zich vaak verplaatsen naar de flanken van de dekzandruggen en mogelijk voor (langere) perioden naar de dekzandvlakten. De flanken van dekzandruggen waren ook geschikt voor de aanleg van waterputten/drenkkuilen (er hoeft minder diep gegraven te worden aar het grondwater, terwijl de waterput/drenkkuil wel nabij de nederzetting lag) en voor het gebruik als dumpzone (afval).

Vanaf de Vroege-Middeleeuwen (Merovingische tijd) ontstond de Gelderse IJssel en behoorde het ten oosten en lager gelegen gebied tot zijn overstromingsvlakte. De dekzandruggen, en daarmee het plangebied, bleven buiten het bereik van hoogwater en dit verklaard dan ook mede het ontstaan van de middeleeuwse dorpskern van Oene. De omliggende terrein bleven geschikt voor landbouw en werden vanaf het einde van de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd in stand gehouden door het opbrengen van een plaggendek/esdek. De gebieden ten oosten waren waterrijk en daarmee geschikt voor het houden van vee (natuurlijke graslandgebied, hoge biodiversiteit). De Gelderse IJssel vormde een belangrijke infrastructurele voorziening (natuurlijke snelweg). Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied vanaf het begin van de 19e eeuw tot op heden in agrarisch gebruik is geweest (deels akkerland, deels grasland, vanaf de jaren ’70 van de 20e eeuw geheel als grasland). Aangrenzend ten zuiden/zuidwesten van het plangebied, voorafgaand aan de realisatie van een deel van de woonwijk Oene-West, heeft gravend onderzoek geresulteerd in het aantreffen van drie erven (huisplattegronden/woonstalhuizen van het type Gasselte B) daterend uit de 11e tot begin 12e eeuw. De kans is zeer aannemelijk voor de aanwezigheid van sporen behorend tot één van deze erven binnen de begrenzing van het plangebied, dan wel dat er andere huisplattegronden uit dezelfde periode (11e/12e eeuw) aanwezig zijn.

Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt in het algemeen een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten/sporen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Voor de periode Late-Middeleeuwen, en dan vooral voor de periode 11e/12e eeuw, is de verwachting zeer hoog en het is zeer aannemelijk om binnen de begrenzing van het plangebied nog sporen aan te treffen behorend tot de vindplaats die aangrenzend ten zuiden is aangetroffen tijdens eerder uitgevoerd gravend onderzoek. Daarnaast is het kansrijk om binnen het plangebied nog andere erven aan te treffen uit dezelfde periode.

Advies Op grond van de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Normaliter dient standaard een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd, om daarmee een betrouwbaar beeld van de gaafheid van de bodem te verkrijgen en wat dit betekent voor de archeologische verwachting. Vanwege de verwachting dat er geen omvangrijke, diepgaande moderne bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd binnen het plangebied, waardoor het potentiële archeologisch sporen sporenniveau niet of nauwelijks aangetast zal zijn, wordt geadviseerd/kan door de bevoegde overheid (gemeente Epe) in overweging worden genomen om het vervolgonderzoek direct te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zjb-z7xe
PID https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-ib-cmxf
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:241793
Provenance
Creator Broeke, EMILE ten (Econsultancy)
Publisher Econsultancy
Contributor Broeke, EMILE ten; ir. Emile ten Broeke (Econsultancy)
Publication Year 2022
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; License: http://dans.knaw.nl/en/about/organisation-and-policy/legal-information/DANSLicence.pdf; http://dans.knaw.nl/en/about/organisation-and-policy/legal-information/DANSLicence.pdf
OpenAccess false
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Text
Format application/pdf
Discipline Ancient Cultures; Archaeology; Humanities
Spatial Coverage (6.044 LON, 52.344 LAT); Gerrit ten Holteweg (ong.); Epe; Oene; Gelderland