De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de (voormalige) gemeente Veghel in een zone met een hoge verwachting. Volgens het bestemmingsplan Veghels Buiten – Oude Ontginning (2015) geldt voor het plangebied Waarde – Archeologie. De hoge en droge ligging van het plangebied nabij water kan echter een gunstige vestigingsplek voor jager-verzamelaars zijn. Dit beeld wordt bevestigd door de vondst van enkele vuursteen artefacten in de (directe) omgeving van het plangebied. Om deze redenen geldt er een hoge archeologische verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot het mesolithicum. De hoge ligging van het plangebied nabij watervoorzieningen zal ook een gunstige vestigingslocatie zijn geweest voor de vroege landbouwende samenlevingen. In de directe omgeving van het plangebied en binnen dezelfde landschappelijke situering zijn
meerdere vondsten en nederzettingen bekend, met name uit de ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de splitsing van de Kruigenstraat met de Havelt en maakt deel uit van het buurtschap Havelt. Dit buurtschap stamt uit de late middeleeuwen maar kent mogelijk een vroeg- of hoog middeleeuwse oorsprong. In de directe
omgeving zijn meerdere vindplaatsen uit de (late) middeleeuwen bekend. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat in en direct rondom het plangebied sinds tenminste 1806 bebouwing aanwezig was. Gezien de ligging in het historische buurtschap en aan de splitsing van wegen is het aannemelijk dat de voormalige 19e -eeuwse bebouwing teruggaat tot de (late) middeleeuwen of voorgangers heeft gekend uit deze perioden. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode volle middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit deels intacte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor laatpaleolithicum
–vroege middeleeuwen en hoog voor late middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte
aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (vanaf 45 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad).