Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Reconstructie N270 gedeelte Deurne – Limburgse grens, gemeente Deurne (NB). Laagland Archeologie Rapport 104

DOI

Laagland Archeologie VOF heeft in augustus 2017 een inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd voor Arcadis B.V. aan weerszijde langs de N270 Oostelijk deel te Deurne. Het onderzoek vond plaats nadat in een voorgaand bureauonderzoek een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld waarin zones met een middelhoge en hoge verwachting zijn geselecteerd voor een karterend booronderzoek.

In een voorafgaand stadium, in april en mei 2017, is een inventariserend veldonderzoek karterende fase aan weerszijde langs de N270 te Deurne ten hoogte km 26,1 en km 27,9 uitgevoerd. In eerste instantie was in het bureauonderzoek geadviseerd om het te reconstrueren deel van de N270 ten oosten van km 27,9 vrij te geven omdat het gebied daar voornamelijk geen of een lage archeologische verwachting heeft, vanwege de beperkte omvang en beperkte mate van de voorgenomen werken en werkzaamheden op die locaties en omdat verwacht wordt dat daar reeds grote delen zijn verstoord door de aanleg van de huidige N270 (wegcunet, riolering, kabels, leidingen, sloten, greppels en dergelijke).

In een later stadium zijn nog ontwerpwijzigingen doorgevoerd voor het gebied dat loopt vanaf de Nachtegaalweg (km 28,7) tot de Limburgse grens (km 30,0). Vanuit de gemeentelijke beleidskaart van Deurne (zie bureaustudie) wordt duidelijk dat alleen van ca. km 29,93 tot km 30,0 een ‘gematigde verwachting’ geldt en rekening moet worden gehouden met historische bebouwing (2x). Het gebied met een ‘gematigde verwachting’ ligt op lage landduinen, bestaande uit dekzand. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek voorgenoemde scopewijziging tussen 28,7 – km 30,0 wordt geadviseerd het voornaamste deel van het plangebied (km 25,3 – 29,93) vrij te stellen van verder vervolgonderzoek. Voor het deel van 29,93 tot km 30,0 wordt onderhavig karterend booronderzoek uitgevoerd en worden twee proefputten gegraven waar resten van historische bebouwing worden verwacht. Op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek is geconcludeerd dat de verwachting voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen binnen het onderzochte deel (km 29,8 – km 30,0) van het plangebied (km 25,3 – km 30,0) naar beneden kan worden bijgesteld naar een lage verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Wat betreft de intactheid van de bodemopbouw die is aangetroffen bij het karterend booronderzoek zijn vijf van de acht boringen en proefput 1 verstoord tot in de C-horizont, onder opgebrachte grond is een A-C-profiel aangetroffen in boring 2 en in boring 4 en 5 en proefput 2 zijn onder een humeuze bovengrond de restanten van podzolgronden aangetroffen. In boring 4 en 5 is bovenop de restanten van een podzolgrond een verstoorde bovengrond aangetroffen. Volgens de eigenaar van het perceel waarop proefput 1 is gegraven, is het terrein daar ca. 0,5 m afgegraven bij de egalisatie van het perceel. Verder ligt de proefput tegen een later opgeworpen geluidswal, waar achter een gedempte sloot ligt. Om die reden is te verwachten dat het terrein tot de zuidelijke insteek van deze voormalige sloot is verstoord. Er is één archeologische indicator aangetroffen in de vorm van een houtskoolspikkel in boring 6 op 80 cm –mv in de C-horizont, bestaande uit “jong dekzand” In delen van het onderzoeksgebied is weliswaar een gedeeltelijk intacte bodemopbouw aangetroffen, maar er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid voor archeologische resten binnen de grenzen van het plangebied. Er is slechts één enkele archeologische indicator aangetroffen en de kans is klein dat er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is. Wat betreft de grotendeels tot op de C-horizont verstoorde bodemopbouw, sporen van infrastructuur, bewoning en andere menselijke activiteiten uit de nieuwe tijd zijn soms eerder aan een verstoord bodemopbouw gekoppeld. Duidelijk verstoorde zones zijn allemaal gekoppeld aan een situering in de berm van een (recent) fietspad en een geëgaliseerd perceel. Voor het plangebied was een ‘gematigde verwachting’ voor het plangebied voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum tot Late Middeleeuwen gespecificeerd. Omdat op de kadastrale minuut uit 1832 bebouwing aan beide zijden van de huidige N270 staat aangegeven is er een hoge archeologische verwachting gespecificeerd voor de Nieuwe tijd. Omdat er afgezien één enkele houtskoolspikkel, die natuurlijk kan zijn, geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied zijn aangetroffen, kan de ‘gematigde verwachting’ voor de periode vanaf het Laat-Paleolithicum tot Late Middeleeuwen naar beneden worden bijgesteld. Verder zijn er geen aanwijzingen voor historische bebouwing in het bodemarchief aangetroffen waarvoor een hoge archeologische verwachting was gespecificeerd op basis van de kadastrale minuut uit ca. 1832, zodat ook deze verwachting naar beneden kan worden bijgesteld. Om die reden wordt geadviseerd om het plangebied vrij te stellen van verder vervolgonderzoek. De implementatie van dit advies is afhankelijk van het oordeel van de bevoegde overheid, de gemeente Deurne hierin als adviseur vertegenwoordigt door Ria Berkvens.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-x5b-rduv
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:130063
Provenance
Creator Wijnen, J.J.A.
Publisher Laagland Archeologie
Contributor Laagland Archeologie
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Laagland Archeologie
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2018-03-01T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-07-09T11:59:59Z