Beekdalen Geleen, deel 1, gemeente Sittard-Geleen; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden

DOI

In het najaar van 2013 zijn in opdracht van Stichting Landschapspark De Graven diverse natuurherinrichtingsmaatregelen in het beekdal van de Geleenbeek archeologisch begeleid door RAAP Archeologisch Adviesbureau. De werkzaamheden bestonden voornamelijk uit het graven van twee nieuwe beekmeanders en de aanleg van drie poelen.

Resultaten In het plangebied zijn twee archeologische vindplaatsen aangetroffen tijdens de archeologische begeleiding. Eén van deze vindplaatsen (vindplaats 1) blijkt behoudenswaardig en betreft drie kuilen uit de Vroege of Midden IJzertijd. De sporen kwamen aan het licht in het oevertalud van een nieuw aangelegde poel langs de oostelijke oever van de Geleenbeek. Gezien de aard van de ontgraving, waardoor de sporen kwetsbaar waren voor toekomstige degradatie, alsmede het karakter en de beperkte omvang van de vindplaats is ervoor gekozen om de aangetroffen sporen volledig op te graven. Twee sporen stellen gezien hun onregelmatige vorm mogelijke afvalkuilen voor en het laatste spoor is een duidelijke paalkuil. Gezien het relatief natte milieu (beekdal) waarin de sporen zijn aangetroffen en het ontbreken van andere sporen in de onmiddellijke omgeving van de vindplaats, lijkt het onwaarschijnlijk dat de sporen tot een huisplattegrond hebben behoord. Waarschijnlijk stellen het zogenaamde off site-verschijnselen voor, die in verband kunnen worden gebracht met de randactiviteiten van een erf. Hierbij moet gedacht worden aan afvalkuilen en spiekers. In de onmiddellijke omgeving van de vindplaats kunnen mogelijk nog meerdere spiekers of zelfs waterputten en afvalkuilen voorkomen. Het eigenlijke woonhuis van het erf moet waarschijnlijk circa 60-100 m oostelijker op de hoger gelegen lösswand gezocht worden.

Vindplaats 2 is een vondsthorizont met verspoelde vondsten, die is aangetroffen op hetzelfde niveau als vindplaats 1 in beekafzettingen van de Geleenbeek. Deze laag was iets humeuzer en kleiiger dan de bovenliggende lagen en direct eronder kwamen grindige insluitsels, houtskool, aardewerk en vuursteen voor. De vondsten bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk uit de IJzertijd en Romeinse tijd, maar ook enkele afslagen uit de Steentijd en een kleine Romeinse sleutel van een kist of kast kwam aan het licht.

Adviezen Onderhavig onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het beekdal van de Geleenbeek ter hoogte van het plangebied een gelaagd archeologisch verhaal vormt, zowel in letterlijke als figuurlijke zin. De bodemopbouw ter plaatse bestaat uit een strakke opeenvolging van beekafzettingen, wat er op wijst dat de Geleenbeek van oudsher regelmatig het gebied blank heeft gezet. Vanaf het begin van de IJzertijd lijkt er een stabielere en drogere periode te zijn aangebroken waarbij kleinere structuren, zoals verhoogde graanopslagplaatsen, woeden opgericht langs de beek. Waarschijnlijk veranderde dit opnieuw door de toenemende ontbossing (voor akkerlanden) vanaf de late Prehistorie en Romeinse tijd, waardoor de overstromingen frequenter optraden.

Op basis van de huidige resultaten wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Wel kunnen in de omgeving van het plangebied binnen het beekdal van de Geleenbeek, tussen 90 en 120 cm -Mv, sporen uit de Vroege en Midden IJzertijd voorkomen die in verband kunnen worden gebracht met de randactiviteiten van een prehistorisch erf. Een bijzonder aandachtsgebied hiervoor bevindt zich direct ten oosten van vindplaats 1 (zie figuur 11: blauw). Het wordt aanbevolen om eventueel toekomstige graafwerkzaamheden in het beekdal van de Geleenbeek, die dieper reiken dan 60 cm -Mv (basis pakket colluvium), archeologisch te laten begeleiden in de vorm van een intensieve archeologische begeleiding. Hiervoor kan het Programma van Eisen (PvE) gebruikt worden dat ook is gehanteerd bij onderhavig onderzoek (Sprengers, 2010); aanvullingen op het PvE worden niet noodzakelijk geacht.

Dit rapport geeft uitsluitend (selectie)adviezen. Om deze te laten bekrachtigen in een selectiebesluit, kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid (gemeente Sittard-Geleen). Als contactpersoon voor de gemeente treedt op: mevrouw M. Aarts. Als contactpersoon voor RAAP treedt op: de heer N. Sprengers.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zq5-ny7y
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:68551
Provenance
Creator Roymans, J.A.M.;Sprengers, N.H.A.
Publisher RAAP Archeologisch Adviesbureau
Contributor Ruijters, M.H.P.M.;RAAP Archeologisch Adviesbureau;Vansweevelt, J.
Publication Year 2017
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact Ruijters, M.H.P.M.;RAAP Archeologisch Adviesbureau;Vansweevelt, J.;RAAP
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format MapInfo;image/jpeg;Deborah (dbf);Microsoft Access;application/rtf;application/msword
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2016-01-26T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2017-03-08T11:59:59Z