's-Hertogenbosch, Bartenbrug Archeologische opgraving en begeleiding BAAC-rapport A-13.0123

Door de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is van 23 tot en met 29 september 2009 en op 17 december 2009 een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied ‘Bartenbrug’ in ‘s-Hertogenbosch. Dit onderzoek is op 5 april 2011 aangevuld met een waarneming, en op 4 juli 2012 met de documentatie van houten palen. Vervolgens is in opdracht van de gemeente ‘s-Hertogenbosch door BAAC (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) op 30 mei, 5 en 26 september en 22 oktober 2013 een begeleiding uitgevoerd in het plangebied. De aanleiding voor het onderzoek was de vervanging van de hier gelegen brug over de stadsgracht.

Geschiedenis van het plangebied Het plangebied bevindt zich net buiten de stadsmuur. In de 16de eeuw werd hier een voorwerk aangelegd, dat zich net ten noordwesten van het plangebied bevond. In de 17de eeuw werd dit voorwerk afgebroken en werd ter plekke van het plangebied een ravelijn aangelegd, met daarvoor een hoornwerk. Vanaf het ravelijn was de stad middels een brug te bereiken. In de 18de eeuw werden de voorwerken aangepast en uitgebreid. Binnen het plangebied werd vermoedelijk het ravelijn en de brug vernieuwd, en aan weerszijden kwamen overige voorwerken te liggen in de vorm van ravelijnen en halve manen, aan de noordkant omgeven door een enveloppe. Tot aan de sloop van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw werden de voorwerken hersteld en mogelijk aangepast. Van de voorwerken zijn tijdens eerder archeologisch onderzoek al meerdere delen onderzocht.

Onderzoeksresultaten Tijdens het onderzoek werden delen van de keel van het ravelijn voor de Hinthamerpoort aangetroffen en delen van de brug tussen de Hinthamerpoort en het ravelijn. Delen van de facen van het ravelijn waren al tijdens eerder onderzoek aangetroffen.

In het plangebied werd een klein deel van diep gefundeerd, zwaar uitgevoerd muurwerk aangetroffen. Omdat de muur niet aansluit op het muurwerk van het latere ravelijn, maar wel dezelfde oriëntatie heeft, kan vermoed worden dat het gaat om een restant van het ravelijn dat hier in de 17de eeuw is aangelegd, en dat is afgebeeld door onder andere Blaeu in 1649. Het restant geeft daarmee tegelijk aan dat dit ravelijn is vervangen toen de voorwerken werden aangepast en uitgebreid in de 18de eeuw. Dit gebeurde grotendeels in de periode 1734-1739, naar een ontwerp van Menno van Coehoorn uit omstreeks 1700. Het plan omvatte naast het ravelijn voor de Hinthamerpoort ook halve manen en een enveloppe. De keel van het ravelijn bestaat uit een schildmuur, waar in het midden een ronding met een trap naar de gracht is opgenomen. Het muurwerk is gefundeerd op houten liggers, oftewel kespen, die op palen rusten. De veldzijde van het muurwerk is gemetseld met een schuinstand van ongeveer 6˚. Op enkele locaties is de oorspronkelijke bovenkant van de muur bewaard gebleven; het muurwerk van de keel reikt tot 5,40 m +NAP en is afgewerkt met een rollaag. De muurdikte in de ronding bedraagt 45 cm, bovenaan gemeten. Het overige muurwerk van de keel is zwaarder uitgevoerd en bedraagt 90 cm; hieraan zijn bovendien om de 3,50 tot 4,50 m steunberen toegevoegd die ongeveer 1 m breed zijn en 1 m uit de muur uitsteken. Uit eerder onderzoek blijkt dat het muurwerk van de facen, die een verdedigende functie hadden, veel zwaarder is uitgevoerd; de schildmuur heeft hier een dikte van 160 cm. Naast enkele herstellingen lijkt het grootste deel van het gedocumenteerde muurwerk tot één fase te behoren, die echter niet zo makkelijk te dateren is. Het is mogelijk dat het gaat om de fase 1734-1739, om een herstellingsfase die mogelijk rond 1770 werd uitgevoerd, of om een herstelling uit de 19de eeuw. Het is niet duidelijk of bij het muurwerk een voorland aanwezig was; er is wel vastgesteld dat het muuroppervlak aan de veldzijde tot een hoogte van 2,40 m +NAP relatief onregelmatig en slordig gemetseld is, wat er mogelijk op wijst dat dit deel van de muur niet in het zicht was. Het is ook mogelijk dat de hoogte de gemiddelde waterstand aangeeft. Binnen het ravelijn werd een water- of beerput aangetroffen die bij het wachthuis op het ravelijn hoorde.

Ten zuidwesten van het ravelijn werden delen van twee brugjukken aangetroffen; een ouder, maar ongedateerd juk, en een juk waarvan het hout een kapdatum tussen 1789 en 1813 heeft. Daarnaast zijn meerdere losse brugpalen aangetroffen, die tot minimaal twee fasen behoren; de kapdatum van één van de fasen ligt in de periode 1818-1842.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zrp-fwnk
PID https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-g8at-re
Source https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-g8at-re
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:75720
Provenance
Creator Cleijne, I.J. (BAAC bv)
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor BAAC bv; Gemeente 's-Hertogenbosch
Publication Year 2017
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; License: http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/msword; image/tiff; image/jpeg; xlsx
Discipline Archaeology
Spatial Coverage (5.317W, 51.691S, 5.318E, 51.691N); Bartenbrug, Hinthamereinde, Graafseweg; ‘s-Hertogenbosch; Gemeente 's-Hertogenbosch; Noord-Brabant