Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Rottegatsteeg 5 te Maarsbergen

DOI

De aanleiding voor het onderzoek is de vergroting van het bouwvlak voor de nieuwbouw van een vleesvarkensstal en het verleggen van voeropslagen.

In de noordoostelijke strook van het plangebied dat nog in gebruik is als weiland, is de verwachte enkeerdgrond intact aangetroffen. Deze bestaat uit een cultuur-/plaggendek van 55 cm dik met daaronder een intacte BC- en C-horizont. Dit geeft aan dat het oorspronkelijke bodemtype voordat het land in cultuur is gebracht, een podzolbodem is geweest. In de rest van het plangebied is sprake van een recent verstoord bodemprofiel. De bodemverstoring zal (deels) zijn veroorzaakt bij het gebruik van het terrein als voeropslag. Mogelijk hebben in (recente) verleden ook afgravings- en egalisatiewerkzaamheden plaatsgevonden maar dat is aan de hand van de boorresultaten en de terreinomstandigheden moeilijk vast te stellen. Wel is het zo dat in het centrale deel van het plangebied (boring 3 en 5) geen dekzand is aangetroffen maar dat de natuurlijke ondergrond uit fluvioperiglaciale afzettingen bestaat. Dit zou erop kunnen wijzen dat het dekzandpakket is afgegraven. Het kan echter niet worden uitgesloten dat het centrale deel van het plangebied oorspronkelijk al in de verspoelde dekzandvlakte heeft gelegen, waar de fluvioperiglaciale afzettingen (dicht) aan het oppervlak liggen.

Het verstoorde pakket ligt met een scherpe ondergrens op de natuurlijke ondergrond waarin geen podzolbodem of de overgang van een podzolbodem naar C-horizont is waargenomen. Op basis hiervan is geconcludeerd dat het bovenste deel van de BC-/C-horizont is verdwenen. Dit betekent dat het potentiële archeologische niveau dat zich in de oorspronkelijke podzolbodem tot in het bovenste deel van de C-horizont bevindt, ook grotendeels is verdwenen. De hoge archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Mesolithicum en voor nederzettingsresten uit de Late-Middeleeuwen (vanaf de 12e eeuw) wordt daarom voor het grootste deel van het plangebied naar laag bijgesteld. Alleen voor de noordoostelijke strook waar een intacte enkeerdgrond is aangetroffen, blijft de hoge archeologische verwachting gehandhaafd.

Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht voor de uitbreidingsplannen op de locatie. Voor het grootste deel van het plangebied is de archeologische verwachting op laag gesteld vanwege de aangetroffen bodemverstoringen. Alleen in de noordoostelijke strook van het plangebied is sprake van een intacte enkeerdgrond en daardoor een hoge archeologische verwachting. In deze strook zijn vooralsnog geen bodemingrepen gepland die dieper reiken dan 30 cm en is vervolgonderzoek dus niet noodzakelijk.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xpy-rdfr
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:67009
Provenance
Creator Koeman, S.M.
Publisher Archeodienst BV
Publication Year 2016
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Coverage
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2015-03-16T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2016-11-08T11:59:59Z