Bureauonderzoek dijkverbetering Burgemeester Padmosweg Wilnis Antea Group Archeologie 2017/169

DOI

In november 2017 heeft Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op het plangebied voor de verbetering van het dijktraject langs de Burgemeester Padmosweg. De dijkverbetering betreft het ophogen van de dijk, het aanvullen van het binnentalud, verleggen van de teensloten aan de teen van het binnentalud, het plaatsen van een beschoeiing en vervangen van niet waterkerende objecten. Bij de te verwachten graafwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden in de bodem worden verstoord.

Het dijklichaam van de Burgemeester Padmosweg is in de 19e eeuw aangelegd als Ringdijk voor de drooglegging van de polder Groot Mijdrecht. Er kunnen dus in het dijklichaam eventueel resten uit tweede helft 19e eeuw worden verwacht. Alleen bij diepe vergravingen in de dijk kunnen archeologische resten uit de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd worden verwacht, namelijk van de achtererven van het bewoningslint.

Buiten het dijklichaam ligt het plangebied in het afgegraven veengebied, waar voor eventuele resten in het veen een lage verwachting geldt. Indien bewoning hier ter plaatse op het veen heeft plaatsgevonden, zijn de eventuele resten hiervan naar verwachting reeds vergraven. In dit gebied geldt wel een middelhoge verwachting op bewoningsresten op en langs de kreekruggen en oeverwallen op de getijdevlakte, vooral uit het neolithicum.

Eventuele kreekruggen of oeverwallen bevinden zich hier (dat wil zeggen buiten de dijk) vanwege de vervening en egalisatie direct onder de bouwvoor. Vooral bij het eventueel hergraven van de teensloot aan de voet van de dijk kan het niveau worden geraakt.

Selectieadvies Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren aan de voet van de binnentalud op de plaatsen waar een geplande verlegging van de teensloot plaatsvindt. Het doel van het verkennend booronderzoek is het vaststellen van het bodemprofiel en de mate van intactheid ervan. Dit resulteert in een verfijning van de hierboven gespecificeerde verwachting en een indicatie betreffende de intactheid van de bodem en de kwaliteit hiervan. Er kan vervolgens achterhaald worden of er nog intacte archeologische resten in de bodem aanwezig kunnen zijn.

Bij het verkennend booronderzoek is het de bedoeling inzicht te krijgen in de bodemlagen (aanwezigheid, afwezigheid, textuur e.d.) en deze vervolgens te relateren aan het hoogtemodel. De combinatie van het bodemprofiel en inzicht krijgen in het reliëf van het onderzoeksgebied bieden de mogelijkheid om eventueel bewoningsresten op te sporen in het landschap vanaf neolithicum tot Romeinse tijd op en rond de kreekruggen en/of oeverwallen. Daarnaast biedt het de kans te achterhalen of er nog veen aanwezig is in het onderzoeksgebied en of hierin nog veraarde lagen aanwezig zijn. Er wordt geadviseerd om het booronderzoek uit te voeren met een gutsboor van 3 cm en langs het traject, daar waar de sloten worden verlegd, om de 25 m een boring te zetten.

Daarnaast wordt geadviseerd om alle ingrepen op en in het dijklichaam archeologisch vrij te geven: het dijklichaam zelf is van relatief recente ouderdom en heeft daarom een lage archeologische waarde.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-29v-mezd
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:155076
Provenance
Creator Fens, R.L.
Publisher Antea Group, Heerenveen
Contributor Riddersma, F;Antea Group
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Riddersma, F;Antea Group
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "," "}
Temporal Coverage {2017-12-05,2017-12-05,2019-11-07}