Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen GNIPA-1615 M&R Visvliet-Buitenpost modificatie 5-6, gemeente Achtkarspelen Antea Group Archeologie 2017/190

DOI

Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de ondergrond van het plangebied een keileemrug aanwezig is die zich uitstrekt tussen Buitenpost en de Dokkumertrekvaart. Op deze keileemrug heeft zich dekzand afgezet en gedurende een groot deel van de prehistorie kan dit gebied daarom goed bewoonbaar zijn geweest. In deze omgeving zijn al op diverse plaatsen bewoningsresten uit de steentijd aangetroffen. Door een toegenomen invloed van de zee is in de loop van de prehistorie (vermoedelijk in de laat-Romeinse tijd en vroege middeleeuwen) is het dekzandreliëf (het zandlandschap) bedekt geraakt met een laag klei. Enerzijds heeft dit ervoor gezorgd dat dit dekzandreliëf versluierd is geraakt, anderzijds heeft dit kleidek ook eventuele archeologische resten afgedekt en mogelijk tegen latere graafschade beschermt, zodat zich in de ondergrond relatief intacte vindplaatsen kunnen bevinden uit de periode steentijd tot en met Romeinse tijd. Op grond hiervan is geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende grondboringen uit te voeren om te onderzoeken of er bewoonbare plaatsen op het dekzand zijn geweest (podzolprofielen) en eventuele cultuurlaag uit de ijzertijd-Romeinse tijd.

Tijdens het booronderzoek zijn in diverse boringen boven op de grondmorene en/of andere glaciale afzettingen een laag dekzand (met grind) aangetroffen. In het dekzand is geen duidelijk podzolprofiel aanwezig die normaal gesproken als aanduiding wordt gebruikt voor bewoonbare gronden. Uit de boorprofielen blijkt verder dat het veenpakket zich ook op deze grondmorenerug heeft gevormd. Van de oorspronkelijke veenlaag resteren enkel nog wat veenbrokken aan de onderzijde van het kleipakket. De bovenzijde van het zand is op veel plaatsen ook zwak humeus. Vermoedelijk is dat het gevolg van inspoeling van disperse humus uit het veen en duidt deze lichte humusaanrijking niet op de aanwezigheid van een cultuurlaag.

Er zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische vindplaatsen aangetroffen, noch relevante lagen die zouden kunnen wijzen op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Wel is ter hoogte van boring 03 een met een dunne laag restveen gevulde depressie aangetroffen in het pleistocene oppervlak. De aard kon niet worden vastgesteld en ook werden in de boringen ten zuiden en oosten hiervan geen vergelijkbaar profielen aangetroffen. Het is niet duidelijk of het hier een ondiepe depressie betreft of de rand van een diepere depressie die zich buiten het plangebied, in noordelijke of westelijke richting, voortzet. Hoewel de kans op het verstoren van archeologische resten gering is, adviseren we wel om de bodem ter plaatse van boring 03 zoveel mogelijk intact te laten.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zmc-q7a6
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:155316
Provenance
Creator Fens, R.L.
Publisher Antea Group, Heerenveen
Contributor Antea Group
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Antea Group
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format PDF;application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2018-01-29,2018-01-29,2019-11-13}