Barneveld Bloemendal IJzertijdbewoning en twee historische schaapskooien in plangebied Bloemendal in Barneveld. Een archeologische opgraving

DOI

ADC ArcheoProjecten heeft een archeologische opgraving uitgevoerd in plangebied Bloemendal in Barneveld. Hier zullen in de komende jaren nieuwbouwwoningen en bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd. De met deze nieuwbouw gepaard gaande graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten. Eerdere onderzoeken hebben hier de aanwezigheid van een ijzertijdvindplaats aangetoond, waar deze landschappelijk gezien niet werd verwacht. Omdat deze archeologische vindplaats bij de geplande ontwikkelingen wordt vernietigd en behoud in situ niet mogelijk is, heeft de gemeente Barneveld middels een selectiebesluit bepaald dat de informatie van deze behoudenswaardige ijzertijdvindplaats ex situ door middel van een vlakdekkende opgraving moest worden veiliggesteld. Behalve de ijzertijdvindplaats zijn in het plangebied verschillende schaapskooien uit historische tijd bekend. Om de uiterlijke kenmerken van deze schaapskooien vast te stellen, heeft op de locatie van twee van deze schaapskooien een waardering door middel van proefsleuven plaatsgevonden, gevolgd door een opgraving. Verdeeld over twintig opgravingsputten, vijf proefsleuven en twee kijkgaten is een gebied van in totaal iets meer dan 1 ha vlakdekkend archeologisch onderzocht.

Het plangebied is gesitueerd op de noordoostelijke flank van een langgerekte, oost-west georiënteerde dekzandrug en de overgang naar een dekzandlaagte. De meeste sporen en vondsten kunnen worden toegeschreven aan een bewoningsfase in de Ijzertijd en zijn verspreid over het grootste deel van het onderzoeksgebied aangetroffen. Tot deze ijzertijdvindplaats behoren een deel van een huisplattegrond en bijgebouw, 28 spiekers en een waterput. De huisplattegrond is slechts gedeeltelijk bewaard gebleven en de paalkuilen zijn matig geconserveerd, maar in de bewaard gebleven paalkuilen kan een tweebeukige plattegrond met dubbele wandstijlen worden herkend van het zuidelijke type Haps/Oss en het noordelijke type Colmschate. Een rechthoekig bijgebouw kon niet volledig worden onderzocht, omdat het westelijke deel hiervan onder de huidige Bloemendaallaan ligt. In de verspreiding van de 28 spiekers zijn twee duidelijke clusters aanwezig ten westen van de huisplattegrond en ten oosten van een waterput. Onderin de waterput was nog een deel van een houten putconstructie bewaard gebleven, bestaande uit ingeslagen aangepunte paaltjes en vlechtwerk. Met behulp van 14C-onderzoek is het hout van de waterput gedateerd in het eind van de Midden- en begin van de Late Ijzertijd. Deze datering komt vrijwel exact overeen met een tweede 14C-datering van verkoolde granen. Ten tijde van de ijzertijdbewoning was er in de nabijheid van het plangebied gemengd loofbos aanwezig. In de wat nattere dekzandlaagten- en vlakten groeiden elzenbroekbossen en in de omgeving was wat soortenrijk grasland aanwezig. Er vond op kleine schaal akkerbouw plaats. Hier werd naast vlas onder andere graan verbouwd.

In de Middeleeuwen vond vernatting plaats waardoor veen kon groeien. Pollenkorrels van boekweit en korenbloem dateren deze veengroei vanaf de 10e-11e eeuw. In deze periode groeiden veel eik en hazelaar op de hoger en droger gelegen rug, terwijl in de laagte elzenbroekbos en natte ‘oever’vegetatie stond. Verder is ook een toename van het aandeel granen zichtbaar, waaruit blijkt dat in deze fase meer akkerbouw plaatsvond op de dekzandruggen. De aanwezige hoogteverschillen in het landschap zijn vervolgens genivelleerd door ophoging en ploegen.

De opgraving van twee historisch bekende schaapskooien heeft twee goed bewaarde plattegronden van deze structuren aan het licht gebracht. Opvallend is het verschil in vorm en afmeting tussen de twee. De schaapskooi in het zuidwesten is langgerekt ovaal van vorm, meet ca. 15,0 m lang en 6,6 m breed en een greppel binnen de plattegrond markeert de locatie van de wand. In het midden van de plattegrond zijn twee mogelijke nokstijlen aanwezig. De schaapskooi in het noordoosten is vierkant tot rechthoekig van vorm en ca. 8,2 tot 8,4 m breed en 10,3 m lang. In beide schaapskooien ontbrak een potstal. Mogelijk omdat het hier veldkooien betreft, schaapskooien die niet op het erf stonden. Onderzoek naar dergelijke jonge structuren vindt nauwelijks plaats, misschien wel omdat veel schaapskooien er in de 20e eeuw nog stonden. In archeologische opgravingsrapporten worden met enige regelmaat schaapskooien geïnterpreteerd, maar bij de gevonden voorbeelden gaat het echter in de meeste gevallen om structuren uit de (Late) Middeleeuwen of begin van de Nieuwe tijd.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xbn-dg6b
Source https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-ks-ewaf
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:186162
Provenance
Creator Bouma, N. (ADC ArcheoProjecten)
Publisher ADC
Contributor Gelderland; ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; DANS License
OpenAccess true
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Dataset
Format xml; sql; jpeg; mapinfo tab; docx; ms word document 2003; ms access 2003; pdf; tif; ms word document 2007; xls
Discipline Archaeology
Spatial Coverage (5.582 LON, 52.155 LAT); Gelderland; Barneveld; Barneveld; Barneveld, Bloemendal; 32G (kaartblad)