Son, Pastorie. Opgraving BAAC rapport A-09.0139

DOI

Tussen 26 mei en 23 juni 2009 is door BAAC bv in opdracht van de gemeente Son en Breugel een opgraving uitgevoerd in het plangebied Pastorie. De aanleiding voor dit onderzoek is de ontwikkeling van een multifunctioneel centrum in het plangebied, waardoor eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord zullen worden.Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Nieuwstraat en aan de noord-, oosten zuidzijde door de Kerkstraat. Aangezien het onderzoeksterrein na de sloop van de pastorie in gebruik was als parkeerterrein heeft de gemeente Son en Breugel voorafgaande aan het onderzoek de aanwezige puinverharding laten verwijderen.De gemeente had op het moment van de opgraving nog geen concrete bouwplannen, zodat het tijdens de opgraving vrijkomende zand niet mocht worden afgevoerd. Na de opgraving zou het terrein weer enige tijd dienst moeten doen als parkeerterrein.Vanwege het niet mogen afvoeren van zand is besloten het terrein in twee delen op te graven, werkput 1 (circa 375m2) en 2 (circa 525m2). De westzijde (Nieuwstraatzijde) is eerst opgegraven, daarna de oostzijde (kerkzijde).

Een deel van de bodemopbouw is verstoord door de bouw en sloop van de Pastorie. .Verspreid over het onderzoeksterrein zijn sporen en vondsten aangetroffen uit de prehistorie, Romeinse tijd, de middeleeuwen en de nieuwe tijd.Er zijn geen sporen aangetroffen die aan de prehistorie kunnen worden toegeschreven. Er is wel vondstmateriaal aanwezig uit de prehistorie. Van de 45 scherven handgevormd aardewerk stamt mogelijk een klein deel uit de ijzertijd.Het grootste deel stamt echter uit de (laat)Romeinse tijd of de vroege middeleeuwen. Wel duidelijk uit de prehistorie stammen tien fragmenten vuursteen en Wommersomkwartsiet. Behalve wat gebruikte en geretoucheerde klingen zit bij de vondsten ook een fragment van een geslepen bijl, gemaakt van Belgischgrijze vuursteen. Dit is tevens het enige te dateren fragment, stammende uit de periode midden-neolithicum B tot de vroege bronstijd.

Bij voorgaande proefsleufonderzoeken werd al duidelijk dat het terrein in de Romeinse tijd intensief bewoond is geweest, net al dat het geval is voor het grootste deel van de oude kern van het dorp Son. Ten gevolge hiervan is er vrij veel vondstmateriaal uit deze periode in de ondergrond terecht gekomen. Gezien het aantal sporen en vondsten is het duidelijk dat het onderzoeksgebied vanaf het begin van de Romeinse tijd bewoond moet zijn geweest. Latere bewoning en de aanwezigheid van (sub)recente verstoringen (kelder, olietank en waterputten) hebben er voor gezorgd dat de oudste sporen moeilijk tot een structuur te herleiden zijn. Het is dan ook niet gelukt om voor de Romeinse tijd een duidelijke huisplattegrond te isoleren. Er zijn geen kenmerkende sporen, zoals wandgreppeltjes en paalkuilen met een revolvertasvorm aangetroffen. Desondanks zijn er toch een aantal structuren aan deze periode toe te wijzen. In werkput 1 is een zogenaamde hutkom aangetroffen. Onder de 224 vondsten bevinden zich 23 scherven uit de volle middeleeuwen, voornamelijk Pingsdorf-aardewerk. Het overgrote deel van de vondsten stamt uit de Romeinse tijd. Daarnaast komen nog een fragment van een glazen ribkom, een slijpsteen en diverse brokken maalsteen voor. Aan de hand van het aardewerk kan worden geconcludeerd dat de hutkom in de 3de eeuw, ergens tussen 200 en 270 na Chr. in onbruik is geraakt. De hutkom oversnijdt nog net een oudere structuur, een greppelsysteem opgebouwd uit segmenten. De diverse greppeldelen bevatten zeer veel vondstmateriaal. Er zijn onder andere 250 stuks aardewerk en ruim 210 fragmenten dakpan aangetroffen, afgezien van de bijna 220 scherven en ruim 140 fragmenten dakpan die al tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geborgen. Daarnaast is er nog glas, natuursteen, verbrande leem en metaal gevonden. Vrijwel al het vondstmateriaal stamt uit de Romeinse tijd, slechts een tiental scherven stamt uit de middeleeuwen.

Direct met de greppels in verband te brengen is een vrij forse kuil, die veel vondstmateriaal bevatte..In het totaal zijn er ruim 330 aardewerkscherven, circa 90 dakpanfragmenten en 20 overige vondsten geborgen. De aardewerksamenstelling wijkt duidelijk af van die van de greppels. Bijna 70%van de determineerbare scherven bestaat uit bekerfragmenten. Het aardewerk duidt op een datering rond het einde van de 2de eeuw of het begin van de 3de eeuw. Tussen de overige vondsten bevinden zich twee opvallende voorwerpen. Het eerste is de witte terra-cotta voet van een venusbeeldje. Daarnaast is er ook een bronzen zegeldoosje aangetroffen. Er zijn vier waterputten gevonden die met enige zekerheid uit de volle middeleeuwen stammen. De drie waterputten uit de volle middeleeuwen (en deels nog in gebruik in de late middeleeuwen) hebben voldoende geschikt materiaal opgeleverd voor botanisch onderzoek.

Het is duidelijk dat in de hoge of volle middeleeuwen op het terrein minimaal twee erven hebben gelegen. Deze erven zijn van elkaar gescheiden geweest door een erfafscheiding in de vorm van een hekwerk. Tijdens de opgraving van het Pastorie-terrein is een groot aantal aardewerkscherven uit de middeleeuwen aangetroffen.Het gaat hierbij om 627 scherven determineerbaar aardewerk.Aan de hand van het middeleeuwse aardewerk kan worden geconcludeerd dat op het terrein bewoning heeft plaatsgevonden van de Karolingische tijd tot het eind van de 19de eeuw. Karolingische aardewerkfragmenten zijn sporadisch, mogelijk wijzen deze scherven, ook vanwege de aanwezigheid van vermoedelijk Duisburgs aardewerk, op een datering vanaf het eind van de 9de of begin van de 10de eeuw. Het merendeel van het aardewerk dateert in de volle middeleeuwen. Er zijn op basis van het aardewerk verder geen aanwijzingen voor een hiaat. Hiermee lijkt het terrein continu bewoond te zijn geweest tot het eind van de 19de eeuw.Uit de nieuwe tijd, en in mindere mate uit de late middeleeuwen, stammen een groot aantal sporen. In veel gevallen nemen deze de vorm aan van verstoringen.

Uit de nieuwe tijd, en in mindere mate uit de late middeleeuwen, stammen een groot aantal sporen. In veel gevallen nemen deze de vorm aan van verstoringen en voegen ze weinig toe aan het verhaal over de historie van Son. Hiertoe behoren onder andere de resten van de kelder en de olietank van de pastorie,evenals de verstoringen die het gevolg zijn van de sloop van het voorgenoemde gebouw. De laatste zijn op het leesbare archeologische vlak beperkt gebleven,enerzijds vanwege de relatief voorzichtige manier van slopen, anderzijds door de diepe ligging van het relevante archeologische niveau. De proefsleuven hadden al duidelijk gemaakt dat op de meeste plaatsen de fundering van de pastorie het archeologische niveau niet bereikte.Er zijn in de werkput op diverse plaatsen uitbraaksleuven, muurtjes en poeren aangetroffen. Het lijkt, gezien de ligging en de oriƫntering van de sporen, om resten te gaan van het brouwershuis van de familie Van de Ven, later genaamd het huis van Van Amstel. In het zuidwesten van de opgravingsput zijn vier waterputten uit de nieuwe tijd aangetroffen. Drie putten waren al in eerste vlak zichtbaar, de vierde kwam aan het licht in het tweede vlak.Een ander opvallend fenomeen uit de nieuwe tijd zijn de vele grondverbeteringsbanen.De vondsten die aan de nieuwe tijd toe te schrijven zijn bestaan, buiten het bouwkeramiek, voornamelijk uit aardewerk.

Het archeologisch onderzoek aan de Nieuwstraat te Son heeft sporen en vondsten opgeleverd uit diverse perioden. Hierbij zijn de Romeinse tijd, de vroege en late middeleeuwen en de nieuwe tijd het best ertegenwoordigd. Op het opgravingsterrein zijn in het totaal negen verschillende waterputtenaangetroffen. Deze stammen uit de periodes vroege middeleeuwen (VMW1), de volle middeleeuwen (HMW1-4) en de nieuwe tijd NTW1-4).De onderzoeksresultaten laten zien dat het onderzoeksgebied (en mogelijk ook de rest van de kern van Son) pas in het begin van de Romeinse tijd intensief bewoond is geraakt.

De sporen uit de Romeinse tijd zijn te herleiden tot een (symbolisch) omgreppeld terrein en een hutkom.

Het in Son aangetroffen greppelsysteem omsluit mogelijk ook een of meerdere gebouwen, maar het beperkte opgravingsareaal laat niet toe deze gebouwen te herkennen. Wel is duidelijk dat ook de Sonse omgreppeling eveneens verschillende gebruiksfases kent. Er zijn duidelijk aanwijzingen voor het heruitgraven van de greppelsegmenten door de tijd heen.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-24j-a6x9
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:66033
Provenance
Creator Weerden, J. van der
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Bink, M.;Daalen, S. van;Meer, W. van der;BAAC bv;Boekel, G.M.E.C. van;Gemeente Son en Breugel;Tolboom, M.;Venne, A. van de
Publication Year 2016
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact Bink, M.;Daalen, S. van;Meer, W. van der;BAAC bv;Boekel, G.M.E.C. van;BBAC bv;Gemeente Son en Breugel;BIAX Consult;Tolboom, M.;Venne, A. van de
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format image/tiff;Microsoft Excel;image/jpeg;application/pdf;application/msword
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2013-07-13T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2016-09-22T11:59:59Z