Archeologisch vooronderzoek in het kader van stadsverwarmingsproject te Amsterdam-Zuidoost, gemeente Amsterdam

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied in Amsterdam Zuidoost, gemeente Amsterdam.

Het plangebied bevindt zich in de grote H-buurt (ten noorden van de A9) en Holendrecht (ten zuiden van de A9). Het project betreft de aanleg van twee DN300/450 warmteleidingen, waarvoor een sleuf van 1500 meter wordt gegraven met een diepte tussen de 1,55 en 2,65 m-mv. De sleuf zal naar verwachting ongeveer 3,5 m breed zijn. Op twee locaties zullen de leidingen door middel van boringen worden geplaatst. Hier zal bij de intrede- en uittredepunten tot maximaal 6 m-mv diep ontgravingen plaatsvinden; deze intrede- en uittredepunten zijn maximaal 5 m breed. Binnen het plangebied bevindt zich voornamelijk groen, infrastructuur en woningbouw. Een gedeelte van het tracé bevindt zich op terrein van Rijkswaterstaat, en zal worden aangelegd boven de bestaande, recent verbrede tunnel van de A9 (en in het talud ervan).

Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid.

Op basis van het bureauonderzoek zijn binnen het plangebied materiële overblijfselen te verwachten die samenhangen met ontginning, bewoning en landgebruik vanaf de 12e eeuw. Voor perioden voor de Late-Middeleeuwen is de archeologische verwachting laag, omdat het gebied lange tijd een ondoordringbare veenmoeras was, grotendeels ongeschikt voor landbouw en bewoning.

In de voormalige Bijlmermeer(polder) zijn met name vanaf de 17e eeuw sporen als ophogingslagen, bebouwingsresten, afval of losse vondsten te verwachten. Er is echter een grote kans dat bij de aanleg van de huidige bebouwing op veel plekken het oorspronkelijke polderpeil is vergraven.

In het deelgebied net ten noorden van de A9, dat binnen bestemmingsplan Restgebied Zuidoost valt, geldt een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten van bewoning aan de voormalige Bijlmer Ringdijk. Mogelijk bevond zich hier Buitenplaats Marcelis, zichtbaar op de 18e-eeuwse kaarten (zie afbeelding 7). Ook kunnen hier mogelijke resten van de buitenplaats Bijlmerlust, zichtbaar op de 19e-eeuwese kaarten (zie afbeelding 8 en 10), in de ondergrond aanwezig zijn. De mogelijke materiële neerslag van de buitenplaatsen betreft ophogingen, terpen, funderingen, muurresten, tuinen, beerputten of afvallagen. Vanwege de lange gebruiksperiode hebben de archeologische sporen een hoge dichtheid en een sterke onderlinge samenhang. De archeologische verwachting is daarom hoog. Eventuele archeologische resten kunnen worden verwacht vanaf 1,2 m-mv. Ook hier geldt echter dat bij de aanleg van de huidige bebouwing op veel plekken de oorspronkelijke bodemopbouw is verstoord.

Advies

Op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat er een hoge verwachting is voor het aantreffen van resten van vroeg-nieuwetijdse bewoning aan de Bijlmer Ringdijk in het deelgebied net ten noorden van de A9, dat binnen bestemmingsplan Restgebied Zuidoost valt. Hier zullen de vergravingen mogelijk het relevante archeologische niveau bereiken. Echter, in het bestemmingsplan staat dat voor werkzaamheden die samenhangen met het aanbrengen of wijzigen van kabels en leidingen geen omgevingsvergunning nodig is. Inmiddels is in overleg met de gemeente vastgesteld dat deze vrijstelling ook voor de huidige werkzaamheden van toepassing is.

Voor de overige delen van het plangebied gelegen geldt dat de archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek laag is.

Op basis van de opgestelde gespecificeerde verwachting en het overleg met de gemeente adviseert Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie dan ook geen verdere vervolgstappen in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Wel dient voor de werkzaamheden een Werkprotocol Archeologische Toevalsvondsten te worden opgesteld, waarin de meldingsplicht van een archeologische vondst en het proces hoe dat te doen wordt toegelicht.

Ondank het besluit van het bevoegd gezag dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de Gemeente Amsterdam, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zfa-basw
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:178486
Provenance
Creator Picard, E.;Puijenbroek, F.P.J. van;Satijn, O.P.N.
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Vestigia
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
Contact Vestigia
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2020-07-13,2020-04-30,2020-07-13}