Brummen, Elzenbos fase II. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven BAAC rapport A-09.0361

DOI

Van 25 januari tot en met 12 februari 2010 is door BAAC bv een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-p) uitgevoerd in het plangebied Elzenbos Fase II (gemeente Brummen). In het plangebied is nieuwbouw gepland. De realisatie van de ongeveer 738 geplande woningen vormt een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische resten. In 2006 is door BAAC bv een Inventariserend archeologisch Veldonderzoek in de vorm van boringen gedaan ten westen van het huidige onderzoeksgebied. Uit dit onderzoek is gebleken dat er een lage verwachting is voor dat terrein. In 2007 is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen gedaan. Tijdens dit onderzoek is er vastgesteld dat er crevassegeulen aanwezig zijn op het terrein en zijn er twee archeologische vindplaatsen aangetroffen. RAAP-vindplaats 1 bevindt zich in het noorden en moet in de ijzertijd gedateerd worden. In het zuidelijke deel van het plangebied bevindt zich RAAP-vindplaats 2 met een datering in de late middeleeuwen.

In het plangebied Elzenbos fase II (gemeente Brummen) zijn voor de waardering van de twee door RAAP vastgestelde vindplaatsen in totaal 68 proefsleuven aangelegd. Voor de waardering van het walsysteem zijn zeven proefsleuven gegraven en in het te karteren gebied zijn 30 zoeksleuven aangelegd.

In het plangebied zijn verschillende archeologische grondsporen aangetroffen. De oudste sporen bevinden zich ter hoogte van RAAP-vindplaats 1 en bestaan uit (paal)kuilen en scherven aardewerk. De ondergrond bestaat hier uit de erosierest van een afspoelingswaaier. De vondsten en sporen behoren vermoedelijk tot een nederzetting die op grond van het aardewerk in de vroege tot midden-ijzertijd gedateerd kan worden. De sporen zijn lichtgrijs van kleur en moeilijk te herkennen in het archeologische vlak. De sporen en vondsten zijn verspreid over de vindplaats aangetroffen en de diepte waarop de sporen herkenbaar zijn varieert. Aan de westzijde (proefsleuf 1) bevinden de sporen zich op circa 7,40 meter +NAP en ongeveer 60 cm onder het maaiveld. In het midden van RAAP-vindplaats 1 (proefsleuf 19) bevinden de sporen zich iets hoger, namelijk op circa 7,53 meter +NAP en ongeveer 80 cm onder het maaiveld. Aan de oostzijde (proefsleuf 107) van de vindplaats bevinden de sporen zich het hoogst, op circa 7,94 meter +NAP en ongeveer 60 cm onder het maaiveld. Het vondstmateriaal is relatief goed bewaard gebleven. De vondsten clusteren enigszins in het midden van de vindplaats, al zijn aan de noordwest- en oostzijde van de vindplaats ook meerdere scherven in andere proefsleuven aangetroffen. Binnen de grenzen van RAAP-vindplaats 1 zijn verder enkele kuilen en greppels uit de nieuwe tijd gevonden.

Eén van de kuilen uit de nieuwe tijd bevindt zich ter hoogte van de aarden wal. Het is echter onduidelijk of de kuil zich onder de wal bevindt of dat een gat in de aarden wal is gegraven. Het onderzoek naar de wallen binnen het plangebied heeft verder weinig informatie opgeleverd. De wallen waren in het grasland zichtbaar, maar waren in de aangelegde proefsleuven vrijwel onherkenbaar. Ter hoogte van de aarden wallen is alleen de bouwvoor iets dikker dan in de rest van het plangebied. Tijdens het fysisch-geografische onderzoek is duidelijk geworden dat het te karteren gebied gedurende lange tijd een overstromingszone en dus een nat gebied is geweest. Vermoedelijk hebben de aarden wallen een beschermende functie tegen het water gehad. Aangezien het water na de bedijking in 1308 geen bedreiging voor het gebied meer zal zijn geweest, moeten de wallichamen vóór de 14de eeuw gedateerd worden. Het lijkt dan ook aannemelijk dat de kuil in proefsleuf 103 in de aarden wal is gegraven.

Binnen de grenzen van RAAP-vindplaats 2 bestaan de archeologische sporen enkel uit (paal)kuilen en restanten van moesbedden die in de recente nieuwe tijd gedateerd moeten worden. De aangetroffen sporen bevinden zich voornamelijk op de achterterreinen van (voormalige) bebouwing. Voor het te karteren gebied geldt dat vrijwel geen vondsten en sporen zijn aangetroffen, op enkele recente (paalkuilen) na.

Binnen de grenzen van RAAP-vindplaats 2 en in het gekarteerde gebied zijn geen vindplaatsen aangetroffen. Hieronder zal daarom alleen de ijzertijd nederzetting ter hoogte van RAAP-vindplaats 1 gewaardeerd worden.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xrf-6hg2
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:64062
Provenance
Creator Coppens, E.;Brouwer, M.C.;Ruiter, D.L. de
Publisher BAAC bv
Contributor Brouwer, M.C.;BAAC bv;Horssen, J. van;Tebbens, L.A.;gemeente Brummen;Dyselink, T.A.F.
Publication Year 2016
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact Brouwer, M.C.;BAAC bv;Horssen, J. van;Tebbens, L.A.;gemeente Brummen;Dyselink, T.A.F.
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format image/jpeg;application/pdf;image/tiff
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2016-03-08,2011-03-01,2016-03-08}