Project ‘Baanverdubbeling Waterlandseweg’ (N305), gemeente Almere; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase)

DOI

In opdracht van de provincie Flevoland heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in de periode oktober 2013 t/m april 2014 een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd in verband met de baanverdubbeling van de Waterlandseweg (N305) in de gemeente Almere. Dit onderzoek was noodzakelijk omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten.

Voorafgaand aan het veldonderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd (Kerkhoven, 2012). Hierin is geconcludeerd dat in de ondergrond van het plangebied bewoningsresten en -sporen uit de Oude, Midden of Nieuwe Steentijd (Laat Paleolithicum B t/m Vroeg Neolithicum) aanwezig kunnen zijn in de top van het dekzand, in de top van de oude getijdenafzettingen of in de top van het veen. Verder kunnen zeer lokaal scheepswrakken uit de Romeinse tijd, Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd aanwezig zijn. Omdat het in kaart brengen hiervan met een booronderzoek niet (goed) mogelijk is, worden scheepswrakken in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.

Doel van het verkennend onderzoek was het toetsen van de eerder opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting. De resultaten van het verkennend booronderzoek hebben een gedetailleerde geo-archeologische doorsnede opgeleverd (kaartbijlage 2). Deze laat zien dat in de ondergrond een glooiend pleistoceen landschap aanwezig is. De bovenzijde hiervan bevindt zich tussen 6 en 10 m -NAP en helt geleidelijk af in (noord)westelijke richting. Het pleistocene oppervlak wordt afgedekt door veen en/of een (enkele meters) dik pakket Flevomeerafzettingen. Op een aantal plekken is op het veen een pakket oude getijdenafzettingen aanwezig. Deze mariene afzettingen komen vooral voor in het (noord)westelijk deel van het tracé. De Flevomeerafzettingen worden op hun beurt afgedekt door de afzettingen van het voormalige Almere en de Zuiderzee aangetroffen.

Na afloop van de verkennende fase zijn twaalf zones geselecteerd voor de karterende fase. Doel van het karterend onderzoek was het opsporen van archeologische vindplaatsen in de geselecteerde zones. Dit betrof zowel de top van het pleistocene afzettingen als de top van oude getijdenafzettingen. Het booronderzoek (zowel de verkennende als de karterende fase) heeft in een groot aantal boringen houtskool opgeleverd. Andere archeologische indicatoren (bewerkt vuursteen, aardewerk, verbrande bot) zijn echter nauwelijks aangetroffen. Hierop zijn twee uitzonderingen:

• boring 87 (uit de verkennende fase) bevatte veel houtskool en één fragment verbrand visbot. Uit het karterend onderzoek bleek echter dat deze indicatoren zich in verspoelde context bevonden (verspoeld dekzand). • in boring 290 is behalve veel houtskool ook één klein fragment vuursteen aangetroffen. Op grond van de kenmerken ervan is het echter niet zeker dat het om bewerkt vuursteen gaat.

Concluderend heeft het onderzoek dan ook geen eenduidige aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in de onderzochte delen.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-x7n-utqv
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:120900
Provenance
Creator Verschoof, W.B.;Timmerman, R.;Boer, G.H. de
Publisher RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
Contributor RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format .csv;application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "," "}
Temporal Coverage Begin 2014-04-09T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-03-13T11:59:59Z