Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (12373.001) Harkelsweg 2 te Winterswijk Woold

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen en een lage verwachting voor de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied heeft namelijk een landschappelijke ligging binnen een gebied van dekzandwelvingen. Vanaf het Laat-Paleolithicum werden, naast de hogere dekzandruggen en -koppen, ook wel de dekzandwelvingen gebruikt als woonplaats, begraafplaats en/of akkerland. De meeste voorkeur zal zijn uitgegaan naar de hogere dekzandruggen en -koppen als bewoningslocatie, echter ook de dekzandwelvingen waren hiervoor waarschijnlijk ook voldoende geschikt. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied pas aan het begin van de 19e eeuw ontgonnen en in agrarisch gebruik is genomen. Destijds zijn het ten westen gelegen erf Ervink en op wat grotere afstand het ten noordwesten gelegen erf Harkel ontstaan, echter zijn er geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van onderhavig plangebied historische bebouwing heeft gestaan. Een deel van een schuur (varkensschuur) die binnen het uiterst zuidelijke deel van het plangebied heeft gestaan dateert uit de tweede helft van de 20e eeuw en is pas rond het begin van de 21e eeuw gesloopt. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische complexen bekend en heeft het beperkt aantal archeologische onderzoeken niet geresulteerd in het aantreffen van archeologische vindplaatsen die ook binnen het plangebied kunnen worden verwacht.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) laten variërende verstoringsdiepten zien, duidend op verschillende bodem-ingrepen/vergravingen die hebben plaatsgevonden binnen het plangebied en daarmee binnen (het oostelijke deel van) het boerenerf. Bij de ene helft van de boringen is onder het verstoringsniveau nog een dun restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem aanwezig, bij de andere helft betreft de onverstoorde bodemopbouw direct de C-horizont. Op grond van de gezette boringen komen er dus delen voor binnen het plangebied waar het archeologisch potentiële sporenniveau nog deels intact is en delen waar deze al volledig lijkt te zijn vergraven.

De karterende fase van het booronderzoek heeft bij één boring resten plastic opgeleverd in de geroerde/verstoorde lagen grond. Er zijn geen indicatoren van enige ouderdom aangetroffen. Daarnaast zijn er geen lagen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een oude antropogene bodemhorizonten (oude akkerlagen/cultuurlagen) met een datering die dan mogelijk ouder zou kunnen zijn dan de periode van ontginning van het gebied.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een middelhoge verwachting gold op het aantreffen van archeologische indicatoren uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd was de verwachting al laag.   Advies Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er komen delen binnen het plangebied voor waar het archeologisch potentiële sporenniveau nog deels intact is en delen waar deze al volledig lijkt te zijn vergraven. Her opgeboorde materiaal heeft echter geen archeologisch relevante indicatoren opgeleverd. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het verdient aanbeveling ook de regioarcheoloog (de heer D. Kastelein) en de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (de heer K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-z97-u2um
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:178458
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher Econsultancy
Contributor Broeke, E.M. ten;ir. E.M. ten Broeke (Econsultancy)
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess;License: http://dans.knaw.nl/en/about/organisation-and-policy/legal-information/DANSLicence.pdf
Contact Econsultancy;Broeke, E.M. ten;ir. E.M. ten Broeke (Econsultancy)
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf;.pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2020-07-09,2020-07-09,2020-07-09,2020-07-09}