Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van ontwikkelingslocatie Buitenplaats Rijnweijde te Oegstgeest, gemeente Oegstgeest

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd in het plangebied Rijnweijde te Oegstgeest, gemeente Oegstgeest.

Doel van het archeologisch vooronderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is in een eerdere fase door Hazenberg Archeologie een bureau-onderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Dit verwachtingsmodel is in het veld getoetst met behulp van een inventariserend veld-onderzoek door middel van verkennende boringen. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek en protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek.

Op basis van het bureauonderzoek bevindt het plangebied zich deels op een hoger gelegen deel en deels (in het uiterste oostelijke deel van het plangebied) op een lager gelegen deel van de oeverwal van de Oude Rijn. De profielopbouw uit de twintig verkennende boringen bevestigen dit beeld: onder een geroerde toplaag van maximaal 70 cm dikte zijn nog intacte oeverafzettingen van de Oude Rijn aanwezig. Tijdens het veldonderzoek zijn in zes van de geplaatste verkennende boringen fosfaatvlekken aangetroffen. Deze concentreren zich vooral in een zone aan de oostzijde van de hogere oeverwal, ter hoogte van boringen 4307005, 4307010, 4307011, 4307018 en 4307019. Fosfaat komt voor in botten en meststoffen en de aanwezigheid van fosfaatvlekken of fosfaatrijke lagen kan duiden op een lange periode van concentratie van mest of dierlijk materiaal in, bijvoorbeeld, een stal.

Advies Op basis van de resultaten van het bureau- en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een vervolgonderzoek door middel van een Inventariserend Veldonderzoek - proefsleuven (IVO-P, karterende en waarderende fase). Het onderzoek richt zich daarbij met name op de zone waar het fosfaat is aangetroffen, maar ook steekproefsgewijs op de zone ten westen daarvan.

Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Oegstgeest, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het vervolgonderzoek.

Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Oegstgeest, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xsw-ykyq
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:178487
Provenance
Creator Schrijvers, R.;Satijn, O.P.N.
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Vestigia
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
Contact Vestigia
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2020-07-13,2020-04-29,2020-07-13}