Haaren. Plangebied Haarensteyn. Opgraving BAAC-rapport A-14.0091

DOI

In opdracht van Woningstichting ‘t Heem heeft BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) te ‘s-Hertogenbosch een archeologisch onderzoek uitgevoerd in plangebied Haarensteyn te Haaren, gemeente Haaren. Aanleiding tot het onderzoek was de voorgenomen nieuwbouw van een nieuw zorgcentrum. Het onderzoek omvatte een proefsleuvenonderzoek met een doorstart naar een opgraving. In eerste instantie zijn er vijf proefsleuven aangelegd verspreid over het onderzoeksgebied. Binnen de voormalige standplaats van de recent gesloopte bebouwing zijn vijf kleine proefputjes aangelegd om de verstoringsdiepte vast te stellen. Aan de hand van de resultaten van de proefsleuven en –gaten zijn twee locaties aangewezen die nader onderzocht zijn door middel van een opgraving. In totaal is 1916 m2 onderzocht.

In het plangebied zijn vondsten en sporen uit uiteenlopende perioden aangetroffen, vanaf de midden-bronstijd tot de nieuwe tijd. Het oudste spoor betreft een kuil waarin achttien fragmenten van een pot uit de tweede helft van de midden-bronstijd zijn aangetroffen. Een aantal qua vorm en vulling op deze kuil gelijkende kuilen kunnen mogelijk in de zelfde periode gedateerd worden. In de midden-ijzertijd was er wel degelijk sprake van bewoning binnen het onderzoeksgebied. De meeste sporen binnen het oostelijk deel moeten waarschijnlijk in deze periode worden gedateerd. In deze sporen kan in ieder geval één huisplattegrond worden herkend. Helaas is deze slechts gedeeltelijk bewaard gebleven, maar er restten genoeg kenmerken om de plattegrond toe te wijzen aan het huistype Oss-Ussen 4A/Haps. Het huistype kan gedateerd worden in de (de tweede helft van de) midden- en het begin van de late ijzertijd. Het aardewerk aangetroffen in enkele van de sporen kan gedateerd worden in de vroege of (het begin van de) midden-ijzertijd. In het westelijk deel van het onderzoeksgebied zijn sporen van latere bewoning aangetroffen, waarvan de vroegste sporen in de late ijzertijd/vroeg-Romeinse tijd gedateerd moeten worden. In het zuidelijk deel van werkput 5 zijn de resten van in ieder geval twee overlappende structuren aangetroffen, structuur 2a en 2b. Van structuur 2a zijn vermoedelijk alleen twee middenstaanders aangetroffen, structuur 2b omvat een centrale rij middenstaanders, beide lange wanden bestaande uit deels gepaarde wandpalen en één korte zijde. Van structuur 2a is te weinig aangetroffen om deze typologisch in te delen. Structuur 2b heeft typologische kenmerken van zowel het type Oss-Ussen 5 als van het type Alphen-Ekeren (=type Oss-Ussen 8). Huisplattegronden die kenmerken van deze beide typen verenigen zijn dermate vaak aangetroffen dat gesproken kan worden van een overgangstype Oss-Ussen 5/Alphen-Ekeren. Het overgangstype Oss-Ussen 5/Alphen-Ekeren moet gedateerd worden in de late ijzertijd (vanaf 150 voor Christus) tot in de vroeg-Romeinse tijd. Na het in onbruik raken van het terrein in de (vroeg-)Romeinse tijd, wordt het gebied pas weer in de vroege middeleeuwen in gebruik genomen. Uit deze periode zijn een waterput en een aantal paalkuilen aangetroffen. De waterput bestond uit een ingegraven uitgeholde boomstam met daar direct bovenop een vierkante houten constructie opgebouwd uit planken en palen. Uit dendrochronologisch onderzoek bleek dat de boomstam minstens 50 jaar eerder gekapt was dan het hout van de vierkante constructie, namelijk respectievelijk in 745 na Christus en ná 800 na Christus. Zowel de waterput als de aangrenzende (paal)kuilen hebben vroegmiddeleeuws aardewerk opgeleverd dat als groep in de periode 725-900 na Christus gedateerd moet worden. De paalkuilen bevinden zich aan de rand van het onderzoeksgebied. Aangenomen mag worden dat de vroegmiddeleeuwse vindplaats doorloopt in westelijke richting. Sporen en vondsten uit de volle middeleeuwen ontbreken. Dit wijst erop dat in deze periode het onderzoeksgebied niet bewoond werd. Een rij paalsporen over de gehele breedte van het onderzoeksgebied is gedateerd aan het eind van de late middeleeuwen of het begin van de nieuwe tijd. Vermoedelijk begrensde deze rij palen een terrein/perceel/gebied. De jongste sporen zijn twee afvalkuilen uit de periode rond het einde van de tweede wereldoorlog. De beide kuilen bevatten voorwerpen die aan Britse militairen gerelateerd kunnen worden. Beide kuilen zijn een getuige van de bevrijding van Haaren in oktober 1944 door Britse troepen. Zij duiden er op dat deze troepen wellicht gelegerd waren in het kloostergebouw.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-z2z-2hvq
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:71124
Provenance
Creator Wal, A. ter
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Doeve, P.;Woningstichting 't Heem;BAAC bv;Bloo, S.
Publication Year 2017
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact Doeve, P.;Woningstichting 't Heem;BAAC bv;Bloo, S.
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format Microsoft Excel;image/jpeg;application/pdf;application/msword
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2016-10-05T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2017-06-08T11:59:59Z