Plangebied Museum Kam te Nijmegen, gemeente Nijmegen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) RAAP-RAPPORT 4521

DOI

In opdracht van de provincie Gelderland heeft RAAP in mei 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Museum Kam te Nijmegen in de gemeente Nijmegen. De aanleiding voor onderhavig onderzoek betreft de geplande restauratie en uitbreiding van Museum Kam. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.

Het plangebied ligt op de flank van de stuwwal ten oosten van Nijmegen. Gezien de grote hoeveelheid sporen en vondsten uit met name de Romeinse tijd, binnen en in de directe nabijheid van het plangebied, werden op basis van het bureauonderzoek ook binnen het plangebied een groot aantal sporen verwacht. Het gaat met name om militaire structuren van het augusteische legerkamp, sporen van de canabae legionis en de bijbehorende infrastructuur (riolering, grachten, greppels, wegen). Direct ten oosten van het plangebied (onder de Museum Kamstraat) is een grafveld aanwezig daterend uit de periode 10 voor tot 69 na Chr., de bebouwing en aanverwante zaken van de canabae legionis dateren tussen 71 en circa 105/120 na Chr. Tevens is ten zuidoosten van het plangebied in de Museum Kamstraat een hypocaustum aangetroffen; naast houtbouw kan dus ook steenbouw worden verwacht, zoals lokaal ook elders in de aangrenzende canabae is aangetoond. De sporen aangetroffen in het noordwesten van het plangebied betreffen onder andere drie greppels, vermoedelijk behorend tot de begrenzing van een 1e eeuws grafveld.

Tijdens het verkennend booronderzoek zijn 10 boringen gezet, verspreid over het plangebied. Er bestaat een groot hoogteverschil tussen circa het oosten en westen van het plangebied. Over het algemeen bestaat de bodem in het plangebied uit een bouwvoor/tuingrond op een (dik) ophogingspakket. Dit ophogingspakket is in enkele boringen onder te verdelen in een pakket vermoedelijk opgebracht tijdens de bouw van het museum en een pakket ontstaan in de Romeinse t/m nieuwe tijd. In diverse boringen is onder het ophogingspakket een bruingrijze laag aanwezig (mogelijk restant van bodemvorming). Deze laag ligt op de C-horizont. In het noordwesten van het plangebied is geen ophogingspakket/opvulpakket aanwezig (daar ligt de C-horizont vrijwel direct onder de bouwvoor), in de overige delen wel. Een vergelijking van de diepteligging van het sporenvlak van de reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken in en in de directe omgeving van het plangebied wijst uit dat deze ongeveer overeenkomt met de diepteligging van de C-horizont aangetroffen tijdens het booronderzoek in het plangebied. De kans dat zich binnen het plangebied archeologische sporen en vondsten bevinden is daarom (zeer) groot. Natuurlijk is het mogelijk dat een deel van dit sporenvlak (recentelijk) verstoord is. Het is bijvoorbeeld niet bekend wat de diepteligging van de huidige kabels, leidingen, lokale riolering en lokale verlichting is, alsmede de exacte verstoringsgraad van de bodem tijdens de aanleg van de huidige bebouwing. Mogelijk hebben deze kabel -/uitbraaksleuven het archeologisch niveau verstoord, maar dit is niet zeker. Ook de exacte omvang is niet bekend. De verstoringen zijn naar verwachting lokaal van aard. De archeologische verwachting voor het plangebied blijft op basis van onderhavig onderzoek hoog.

Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. RAAP adviseert daarom archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een opgraving – archeologische begeleiding, waarbij een tweedeling is gemaakt binnen het plangebied: in het hoger gelegen oostelijk deel van het plangebied en het lager gelegen zuidwestelijk deel wordt geadviseerd een vrijstellingsgrens van 0,8 m –mv te hanteren, voor het lager gelegen noordwestelijk deel van het plangebied wordt een vrijstellingsdiepte van 0 cm -mv geadviseerd. Ook wordt geadviseerd de verwijdering van de boomwortels van de te rooien boom in het noorden van het plangebied (nabij boring 3) te laten plaatsvinden onder archeologische begeleiding. Voor een uitgebreide advisering en advieskaart wordt verwezen naar §4.2.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xq6-sur7
Source https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-fk-z5yz
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:186174
Provenance
Creator Porreij-Lyklema, T.E. (RAAP)
Publisher RAAP
Contributor Boshoven, E.H.; Witmer, E.M.; RAAP
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; License: http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Dataset
Format .xlsx; .GeoJson; application/x-cmdi+xml
Discipline Archaeology
Spatial Coverage (5.878 LON, 51.842 LAT); Netherlands; Museum Kam te Nijmegen, gemeente Nijmegen