Kruiningen Nijverheidstraat 25 Kruiningen – Nijverheidstraat 25. Gemeente Reimerswaal. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

DOI

archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Er kon samengevat gesteld worden dat binnen het plangebied de bodemopbouw vanaf het maaiveld bestaat uit afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, gelegen op afzettingen van het Hollandveen Laagpakket op afzettingen van het Laagpakket van Wormer. Naar verwachting is het dieper gelegen Laagpakket van Wierden, het pleistocene dekzand, aan mariene erosie onderhevig geweest, waardoor de top van het dekzand niet meer intact is. Er is zodoende geen verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de vroege prehistorie tot en met het Midden-Neolithicum. Voor het niveau van het Laagpakket van Wormer (Laat-Neolithicum) gold een lage verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen, vanwege de mogelijke erosie van de top van deze afzettingen, de natte toestand van het toenmalige landschap en de daardoor ongunstige bewoningscondities. Voor de Bronstijd gold een eveneens lage verwachting vanwege de afwezigheid van vindplaatsen in het veen in de regio, die samenhangt met de natte toestand van het toenmalige landschap. Voor IJzertijd en Romeinse Tijd, niveau top van het Hollandveen Laagpakket, gold een hoge verwachting. In de regio zijn op dit niveau verschillende vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Voor de Vroege Middeleeuwen gold, vanwege de afwezigheid van vindplaatsen in de regio, een lage verwachting. Voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd gold een hoge verwachting vanwege de gunstige, relatief hoge ligging in het toenmalige landschap, aan de rand van de oude dorpskern van Kruiningen waar op basis van archeologische, historische en cartografische bronnen nederzettingssporen aanwezig kunnen zijn. In de wijde omgeving van het plangebied zijn bij eerder onderzoek sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd gevonden. Op basis van oude kaarten is het plangebied vanaf de 19de eeuw, maar mogelijk eerder, bebouwd. Tijdens het inventariserend veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel middels vier verkennende boringen (tot maximaal 3,80 m –mv) getoetst. Hierbij dient opgemerkt dat dit veldonderzoek gericht was op het toetsen van de (geologische) verwachting en niet op het opsporen van eventuele vindplaatsen. Boring 1 stuitte op een ondoordringbare laag en kon niet tot gewenste diepte worden doorgezet. In deze boring zijn geen natuurlijke afzettingen aangetroffen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is het verwachtingsmodel bevestigd en bijgesteld. De verwachting (geen) voor het pleistoceen dekzand (Laagpakket van Wierden) kon vanwege de grote diepteligging van eventueel nog intact aanwezige afzettingen niet getoetst worden en blijft daarmee onveranderd. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer, waarvan de top is aangetroffen tussen 3,01 en 3,78 m –NAP (3,10 – 3,75 m –mv), bestaan uit fijn, blauwgrijs en kalkloos zand en blauwgrijze, slappe klei met rietsporen in de top. Dit wijst op een laaggelegen, nat getijdenlandschap waarin de kans op het aantreffen van bewoningssporen klein is. De verwachting het Neolithicum blijft dan ook laag. Het Hollandveen Laagpakket is binnen het plangebied in twee boringen (nr. 2 en 3) aangetroffen intact aangetroffen, op een diepte vanaf 1,96 m –NAP (2,05 m –mv). De veentop is ter plaatste van boring 2 sterk veraard, waarmee duidelijk is dat deze geruime tijd aan het oppervlak heeft gelegen. In één boring (nr. 4) is het veen weggeërodeerd door een jongere geul. Voor ontginning van het veen (moernering) zijn geen aanwijzingen. Gelet op de in twee boringen aangetroffen intacte veentop, die plaatselijk eveneens veraard is, blijft de hoge verwachting voor de IJzertijd en Romeinse Tijd bestaan. Boring 1 is op een diepte van 1,76 m –NAP (1,70 m –mv) gestuit op een ondoordringbare laag van puin, muurwerk of beton. Daarboven is een laag opgebrachte grond gevonden, met daarboven zand en op 0,31 m –mv (0,25 m –mv) een stuk hout. De onderin de boring aangetroffen ondoordringbare laag bestaat vermoedelijk uit beton en is aan de direct ten zuiden van de boring gelegen huidige schuur uit de 19de/20ste eeuw te relateren. De bovengelegen lagen zijn zodoende niet ouder. In boring 4 zijn boven de afzettingen van het Laagpakket van Wormer geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. In boring 2 zijn deze geulafzettingen op het veenpakket aangetroffen. In beide boringen zijn deze afzettingen intact aanwezig. De top is gelegen tussen 0,78 en 0,88 m -NAP (0,55 – 0,80 m –mv). Boven dit niveau is in boring 2 en 4 onder de bouwvoor/verharding een humeuze kleilaag met daarin baksteenbrokjes gevonden, die als oude erflaag is geïnterpreteerd. De top hiervan is aangetroffen tussen 0,38 en 0,43 m –NAP (0,05 – 0,45 m –mv). Deze erflaag dateert uit de periode vóór het huidige erf in gebruik is genomen, uit de 19de eeuw of eerder (17de/18de eeuw) en kan gerelateerd worden een voorganger van de huidige schuur of andere oude bebouwing in de directe omgeving. In boring 3 is boven het veen een humeuze kleilaag gevonden met daarin plantenresten, waarvan de top gelegen is op 1,56 m –NAP (1,65 m –mv). Mogelijk betreft een antropogene laag, zoals een kuil –of greppelvulling, maar dit is op basis van deze boring niet nader te bepalen. Boven dit niveau zijn in deze boring tot onder de verharding onverstoorde kwelderafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. Deze gegevens maken dat voor het niveau van het Laagpakket van Walcheren de archeologische verwachting resulterend uit het bureauonderzoek ongewijzigd blijft. Voor de Vroege Middeleeuwen blijft zodoende een lage verwachting gelden voor het aantreffen van vindplaatsen; voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd blijft een hoge verwachting gelden. Bij het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor diepe bodemverstoringen als gevolg van het terreingebruik en bebouwing in het recente verleden. Wel is duidelijk uit boring 1 dat ter plaatse van de huidige schuur, of in de directe nabijheid daarvan, verstoringen aanwezig kunnen zijn door de aanleg van bebouwing.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xcj-bnmb
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:156281
Provenance
Creator Besuijen, G.P.A.
Publisher Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
Contributor Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed;Zeeland
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess
Contact Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed;Zeeland
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format shp;prj;shx;sbx;dbf;qix;pdf;csv;sbn
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2017-07-01T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2020-02-19T11:59:59Z