Archeologisch bureauonderzoek ten behoeve van de geplande aanleg van een middenspanningstracé aan de Langevaart in Rijnsburg, gemeente Katwijk

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Langevaart in Rijnsburg, gemeente Katwijk (kaart 1; afbeelding 1). Binnen het plangebied zal een middenspanningstracé worden aangelegd. Hierbij zullen aluminium middenspanning- en laagspanningskabels worden aangebracht. In het tracé liggen reeds bestaande kabels en leidingen. De maximale vergravingsdiepte zal 1,1 m-mv bedragen. Op het maaiveld zal de sleuf circa 80 cm breed zijn en op sleufdiepte circa 40 cm.

Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek.

Uit het bureauonderzoek blijkt dat op basis van het landschap binnen het plangebied afzettingen worden verwacht die samenhangen met het estuarium van de Oude Rijn. Hierop kunnen archeologische waarden vanaf het Neolithicum worden aangetroffen (hoge archeologische verwachting). Door de aanwezigheid van een toemaakdek van bagger uit de sloten kunnen archeologische waarden beschermd zijn voor recente verstoringen. De begrenzing van de vroegmiddeleeuwse nederzetting op het AMK-terrein van de Abdij van Rijnsburg is nooit vastgesteld; hoewel het niet waarschijnlijk is dat deze nederzetting tot in het huidige plangebied doorliep, is er een middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van hiermee samenhangende off-site fenomenen. Ook kunnen laatmiddeleeuwse en nieuwetijdse archeologische waarden worden verwacht, samenhangend met de nabijheid van de historische kern (en abdij) van Rijsburg (hoge archeologische verwachting). Verder bevinden zich plaatselijk in de ondergrond de resten van het gedempte kanaal de Vliet. Er is geen concrete verwachting op het aantreffen van ondergrondse bouwhistorische waarden.

Op basis van de KLIC en de gegraven proefputjes kan echter worden geconstateerd dat de ondergrond over een groot deel van en mogelijk het gehele tracé tot de vergravingsdiepte (maximaal 1,1 m -mv) verstoord zal zijn, gezien de ligging ter hoogte van de bestaande weg, en op of zeer nabij bestaande kabels en leidingen, en met name het bestaande riool en waterleiding. Bij de aanleg van het riool en waterleiding zijn brede diepe sleuven gegraven (verstoring tot minimaal 1,5 m-mv). Ook in de wijdere omgeving van het nabijheid van het plangebied is op basis van eerder archeologisch onderzoek geconstateerd dat de top van het bodemprofiel is verstoord tot minimaal 0,7 m-mv (en meestal aanzienlijk dieper). Hierdoor is de archeologische verwachting over het gehele plangebied laag.

Advies

Op basis van de KLIC en eerder gegraven proefputjes is de kans groot dat de bodem binnen het gehele plangebied tot de vergravingsdiepte (maximaal 1,1 m-mv) is verstoord bij de aanleg van de bestaande weg en de aanleg van de bestaande kabels en leidingen, met name bij het graven van de brede sleuven voor het riool. Dit beeld wordt versterkt door de bij eerdere archeologische onderzoeken geconstateerde verstoring van de ondergrond in de wijde omgeving van het plangebied. Ook zal er bij een eventuele archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden slechts een beperkte mogelijkheid zijn om waarnemingen te doen in de geplande smalle sleuf (maximaal 80 cm breed aan het maaiveld). Ook de intredepunten van de gestuurde boringen zijn niet breed genoeg om een goede observaties mogelijk te maken.

Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied bij te stellen naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Katwijk, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces.

Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Katwijk, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zy2-95zh
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:178485
Provenance
Creator IJdo, D.;Puijenbroek, F.P.J. van;Satijn, O.P.N.
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Vestigia
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
Contact Vestigia
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2020-07-13,2020-04-10,2020-07-13}