Eijsden - Breust. Centrumplan. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven BAAC rapport A-12.0020

BAAC bv heeft tussen 23 januari en 2 maart 2012 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Centrumplan Eijsden-Breust in opdracht van de gemeente Eijsden-Margraten. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van winkels en woningen met een te verwachten verstoringsdiepte van tenminste 0,8 m ter plaatse van funderingen. Het plangebied ligt in het centrum van Eijsden tussen de Breusterstraat, de Breusterhof, het Von Geusauplein en de Kennedylaan. De locatie bevindt zich direct ten zuiden van de historische kerk van Eijsden.

Tijdens het onderzoek zijn vijf proefsleuven aangelegd. Het onderzoek is een vervolg op een booronderzoek en een sloopbegeleiding die in 2011 zijn uitgevoerd door ADC Archeoprojecten. Daarbij werden sporen van een 11e/12e eeuwse nederzetting aangetroffen, gelegen rondom een mottekasteel uit dezelfde periode. Een belangrijk doel van dit onderzoek was het bepalen van de omvang van het door het ADC onderzochte nederzettingsterrein uit de 11e en 12e eeuw en het bepalen van de diepte van het (mogelijke) archeologische sporenniveau.

Bij het onderzoek zijn in totaal 82 sporen aangetroffen. De sporen bestonden uit muren, putten, paalkuilen en kuilen. De sporen waren toe te schrijven aan vijf vindplaatsen. Vindplaats 1: een onderkelderde woning uit de 19e eeuw, ,met aanbouw en waterput. Vindplaats 2: erf uit de (late 14e), 15e of 16e eeuw. Resten van twee gebouwen van mergelblokken, enkele ondiepe kuilen en een mogelijke omgrachting. Vindplaats 3: kuilencluster eerste helft 14e eeuw, van diverse vorm en afmeting. Een deel van de kuilen kon op basis van aardewerkscherven gedateerd in de eerste helft van de 14e eeuw. Vindplaats 4: sporen Romeinse tijd. Tussen de middeleeuwse kuilen van vindplaats 3 bevond zich een rij van vier mogelijke paalsporen met lichte vulling. Uit één van de paalsporen werd één fragment Romeins aardewerk geborgen. Uit een nabijgelegen kuil met eveneens een lichtere vulling is ook één fragment Romeins aardewerk gekomen. Door het zeer geringe aantal scherven is geen van de sporen in de putten 1, 3 en 5 met zekerheid aan de Romeinse tijd toe te schrijven Vindplaats 5: erf 11e-13e eeuw De vindplaats bestaat uit een grote kuil omringd door enkele grote paalkuilen,twee greppels en een cluster kleinere paalkuilen. Waarschijnlijk hebben we te maken met een doorsnijding van een of twee gebouwplattegronden. De grote kuil kan inpandig hebben gelegen en een kelderachtige functie hebben gehad. Het aangetroffen aardewerk wijst op een bewoning vanaf het midden van de 11e eeuw en zeker in de 12e eeuw. De hoeveelheden Romeins aardewerk en Romeinse bouwkeramiek (tegula) in de vullingen van de middeleeuwse sporen in het noordoosten van het plangebied doet vermoeden dat een Romeinse nederzetting zeer nabij lag. Vindplaats 6: mogelijk spoor, late ijzertijd. In de top van de löss in de westhoek van het plangebied in put 3 bevond zich een afwijkend spoor met een zeer lichte vulling onder de colluviumpakketten. Als er vanuit wordt gegaan dat het colluvium al voor de Romeinse tijd is afgezet, dan moet het spoor van voor de Romeinse tijd zijn. Twee meter naast het spoor werd in een jonger spoor in het colluvium een scherf van late-ijzertijd aardewerk gevonden. De kuil en de scherf kunnen wijzen op de nabije aanwezigheid van bewoningssporen uit de ijzertijd op de lössopduiking onder het colluvium.

Het onderzoeksgebied heeft een hoge mate van bewoningscontinuïteit gekend. Het plangebied werd mogelijk al in de late ijzertijd bewoond. Vondsten uit de bronstijd en de ijzertijd zijn daarnaast ook uit de regio wel bekend. Hoewel het niet geheel zeker is dat er in de Romeinse tijd in het plangebied werd gewoond, is het op basis van de vondsten Romeins aardewerk wel zeker dat de directe omgeving in de tweede helft van de eerste eeuw en de gehele tweede eeuw werd bewoond. Hetzelfde kan verondersteld worden voor de periode vroege middeleeuwen. Mogelijk werd het plangebied na de Romeinse tijd tijdelijk slechter bewoonbaar door hellingprocessen, waarbij een colluviumpakket werd gevormd. Mogelijk heeft dit er ook aan bijgedragen dat er in het onderzoeksgebied geen sporen uit de vroege middeleeuwen zijn aangetroffen. In de 11e en 12e eeuw werd het terrein opnieuw bewoond als perifere zone van de 12e-eeuwse nederzetting rond de motte. Hoewel slechts enkele scherven uit de 13e eeuw zijn aangetroffen, gaat de bewoning continu door tot aan het midden van de 14e eeuw. In de tweede helft van de 14e eeuw is het plangebied weer slechter bewoonbaar door hellingprocessen, waarbij een tweede pakket colluvium wordt afgezet. In de 15e eeuw wordt opnieuw een erf ingericht met een brede sloot of gracht. Dit erf wordt vermoedelijk al in de 16e eeuw weer verlaten, waarna iets westelijker in de 17e of 18e eeuw een woning wordt gebouwd, die tenslotte in de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt afgebroken voor de bouw van een winkelcentrum.

Van de vijf aangetroffen vindplaatsen zijn de vindplaatsen 2, 3 en 5 als behoudenswaardig aangemerkt.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zwv-2vnr
PID https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-hbau-1l
Source https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-hbau-1l
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:68367
Provenance
Creator Horssen, J. van (BAAC bv)
Publisher Gemeente Eijsden-Margraten
Contributor Kalisvaart, C.C.; BAAC bv
Publication Year 2017
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; DANS License
OpenAccess true
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/msword; image/tiff; image/jpeg; Microsoft Excel
Discipline Archaeology
Spatial Coverage (5.709 LON, 50.778 LAT); Limburg; Eijsden-Margraten; Eijsden; Centrumplan Eijsden-Breust, fase 2