Eindrapportage aanvullend archeologisch booronderzoek (3157.001) Lentsesteeg 13 te Rheden De heer

DOI

In een eerder stadium is voor het gehele graslandperceel, waar het plangebied deel van uitmaakt, een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Er werd verwacht dat de bodemopbouw zou bestaan uit een plaggendek op de Pleistocene ondergrond van smeltwater- en daluitspoelingsafzetingen. Op de overgang tussen het plaggendek en de onderliggende daluitspoelingsafzettingen kunnen in situ liggende archeologische resten en/of sporen worden verwacht en er gold een middelhoge verwachting voor bewoningsresten uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw ter plaatse bestaat uit een plaggendek op de Pleistocene ondergrond van smeltwater- en daluitspoelingsafzettingen. Afgezien van enkele kleine spikkels rood aardewerk en puinspikkels zijn er destijds geen archeologische indicatoren aangetroffen, waarbij gemeld dient te worden dat het booronderzoek in de verkennende fase is uitgevoerd, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. Op basis van dit onderzoek is geadviseerd een aanvullend archeologisch inventariserend veldonderzoek in de vorm van karterende boringen uit te laten voeren indien bodemverstorende ingrepen gepland zijn die dieper zullen reiken dan 0,5 m onder het huidige maaiveld.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende/karterende fase) heeft een vergelijkbare bodemopbouw opgeleverd bestaande uit uit hellingsafspoelingen/sneeuwsmeltwateraf-zettingen, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Ter plaatse van het westelijke deel van het plangebied hebben recentere bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden, zichtbaar door middel van de bijmenging van gelig zand in de laag tussen circa 30 en maximaal 70 cm -mv, direct onder de huidige bouwvoor. Voor het centrale en oostelijke is het bodemprofiel onder de bouwvoor intact en bestaat uit een resterend deel van het plaggendek (Aa2-horizont), een overgangs-AC-horizont en vervolgens de C-horizont. Het van nature gevormde bodemprofiel betrof zeer waarschijnlijk een holtpodzolgrond (bruine bosgrond). Tijdens het opbrengen van het plaggendek heeft opmenging plaatsgevonden waarbij zowel de oorspronkelijke minerale bovenlaag (Ah-horizont) als de verbruinings-Bws-horizont is opgemengd. Diepe verstoringen hebben binnen het plangebied echter niet plaatsgevonden. Het archeologisch sporenniveau is waarschijnlijk nog deels intact aanwezig, zeker ten aanzien van dieper doorlopende sporen. Archeologische sporen zullen zichtbaar in het vlak kunnen worden aangetroffen in de overgangs-AC-horizont en de top van de C-horizont. Het merendeel van de boringen (ook de boringen in het westelijke deel van het plangebied) heeft archeologisch vondstmateriaal opgeleverd, bestaande voornamelijk uit fragmenten kogelpotaardewerk met steengruismagering, daterend uit de 9e tot 12 eeuw na Chr. (Vroege-Middeleeuwen D/Late-Middeleeuwen A). Tevens er nog een fragment klappersteen aangetroffen ter plaatse van boring 1. Het vondstmateriaal is aangetroffen in het plaggendek en in de overgangs-AC-horizont. Ondanks de opmenging in het plaggendek en de overgangs-AC-horizont, duiden de diverse vondsten zeer waar-schijnlijk op een archeologische vindplaats in het plangebied (en die wellicht ook zal doorlopen buiten het plangebied en dat er (bewonings)activiteiten hebben plaatsgevonden aan het einde van de Vroege-Middeleeuwen en/of het begin van de Late-Middeleeuwen. De vondst van een fragment klappersteen kan duiden op een site waar klappersteen werd verzameld en vervolgens gebruikt werd voor ijzerproductie. IJzerwinning uit klapperstenen is een bekend fenomeen dat plaatsvond aan het einde van de Vroege-middeleeuwen in en langs het stuwwallengebied van de Veluwe.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de aangetroffen archeologische indicatoren duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats uit de periode van het einde van de Vroege-Middeleeuwen (Vroege-Middeleeuwen D) tot het begin van de Late-Middeleeuwen. Op basis van de onderzoeksmethode en aangetroffen archeologische indicatoren zal het gaan om een vindplaats met een matige tot hoge dichtheid aan vondsten en sporen. De hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden wordt hiermee bevestigd.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Behoud van de archeologische vind-plaats is niet mogelijk bij een niet aangepaste uitvoering van de huidige plannen (graafwerkzaamheden tot in/op de vaste grond (top van de C-horizont), ten behoeve van de aanleg van funderingen en nutsvoorzieningen.

Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en deze te richten op de locatie waar specifiek de nieuwbouwwoning zal worden gerealiseerd.

Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Rheden).

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-229-ezxu
Related Identifier 10.17026/dans-zt8-8gqs
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:109813
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher Econsultancy
Contributor Econsultancy
Publication Year 2018
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Econsultancy
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2018-07-27,2018-07-27,2018-07-27}