Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de aanleg van een sloot en verdiept speelveld aan de Zilverbergweg te Overasselt, gemeente Heumen Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende en karterende fase)

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Zilverbergweg te Overasselt, gemeente Heumen. Om het regenwater te kunnen opvangen zullen er twee aanpassingen worden gedaan: • Aanleg sloot voor opvang regenwater van de weg ter hoogte van Zilverbergweg 37 t/m 43. Hier komt al het water in dat het hele jaar op dit deel van de straat valt. Deze sloot is ongeveer 70 cm diep. De helling van de sloot is flauw 1:3 , zodat een maaimachine deze gewoon kan blijven maaien. De sloot heeft een bovenvlak van 20 bij 5 m. • Aanleg verdiept speelveld. Als de sloot helemaal vol is, stroomt het regenwater via een overloop naar dit veld. Dit gebeurt een paar keer per jaar. De ondergrond is zeer goed waterdoorlatend, waardoor het regenwater snel in de bodem wegtrekt. Dit veld is ongeveer 85 cm diep. Ook de hellingen van dit veld worden flauw (1:3) afgewerkt. Het bovenvlak is 30 bij 12. Het grondvlak van de wadi is 24 bij 8 m.

Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen.

Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft. Dit vanwege de ligging op een rivierduin. Rivierduinen lagen hoger in het landschap waardoor de kans op overstromingen minder is. In de Middeleeuwen is binnen het plangebied plaggenbemesting toegepast; archeologische waarden uit eerdere periodes kunnen hieronder goed bewaard zijn gebleven. In de top van de rivierduinafzettingen geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen terwijl in de eerdlaag archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen worden verwacht.

Tijdens het inventariserende veldonderzoek is één enkele lithologische eenheid aangetroffen. Deze bestaat uit matig grof zwak siltig zand. Het zand was hoekig; dit is te verwachten bij eolische afzettingen. Gezien de eerdere verwachting zal het gaan om een rivierduin. Een enkeerdgrond is echter niet aangetroffen. In boring 4087002 is de bovenste 55 centimeter zwak grindig; deze laag is verstoord voor de bouw van een speeltoestel.

In alle boringen bestaat de bovenste laag uit bruin zand die geleidelijk overgaat in het natuurlijke gele zand. De top van het bruine zand is onderdeel van de bouwvoor; daaronder is in twee boringen een verbruiningslaag (verweringshorizont) aangetroffen. Onder de verweringshorizont is in boringen 4087001 en -002 geel zand aangetroffen. Dit is het onverstoorde moedermateriaal, de C-horizont. In de overige boringen gaat de bouwvoor diffuus/geleidelijk over in de C-Horizont. Buiten de verweringshorizont (verbruinde bodem vanuit de bouwvoor) zijn er geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen in de boringen. De oorspronkelijke bodem zal verstoord zijn geraakt door erosie en/of tijdens sub-recente egaliserings- en/of aanplantingsactiviteiten. Van begraven horizonten is geen sprake binnen het plangebied.

De boorpunten zijn bemonsterd met een edelmanboor (diameter 12 centimeter). De opgeboorde grond is verbrokkeld en onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Deze zijn niet aangetroffen. Vanwege de hoge dichtheid aan boringen (Ca. 100 boringen per hectare) geeft dit een goede indicatie voor de afwezigheid van archeologische waarden.

Advies Op basis van de landschappelijke kenmerken en de afwezigheid van archeologische indicatoren kan worden gesteld dat binnen het plangebied de archeologische verachting naar beneden kan worden bijgesteld. Binnen het plangebied worden geen archeologische waarden verwacht uit elke periode. In relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen worden vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie daarom niet noodzakelijk geacht.

Het bevoegd gezag, de gemeente Heumen dient eerst naar aanleiding van het advies in dit rapport een besluit te nemen. Ook wanneer het plangebied op basis van uitgevoerde onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Heumen, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-x4t-bjke
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:155975
Provenance
Creator Satijn, O.P.N.
Publisher Vestigia bv
Contributor Puijenbroek, F.P.J. van;Vestigia bv
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Puijenbroek, F.P.J. van;Vestigia bv
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2019-04-11T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-11-27T11:59:59Z