Archeologisch onderzoek in Nijmegen Oud-West. Bosduifstraat, Korhoenstraat, Roerdompstraat, Fuutstraat, Patrijsstraat en Pluvierstraat. Archeologische begeleiding, protocol opgraven. Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 273

DOI

In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Leefomgevingskwaliteit, Archeologie van de gemeente Nijmegen (BLAN) van september 2016 t/m april 2017 een archeologische begeleiding onder protocol opgraven uitgevoerd in een aantal straten in de woonwijk Oud-West. Dit betreffen de Bosduifstraat, Korhoenstraat, Roerdompstraat, Fuutstraat, Patrijsstraat en Pluvierstraat. In deze straten werd het riool en het wegdek vernieuwd. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden zou de bodem tot een diepte van 2,5 m -mv (circa 8,0 tot 8,7 m +NAP) worden verstoord. Hierdoor zouden eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Voorafgaand aan het onderzoek was de verwachting dat het plangebied zich in de randzone van of net buiten een prehistorisch nederzettingsterrein bevond en net buiten de grenzen van een Romeins grafveld. Het was dus mogelijk dat er sporen en vondsten uit deze perioden aangetroffen worden. Ook konden archeologische waarden aangetroffen worden die gerelateerd zijn aan de ligging van het plangebied binnen de 19e-eeuwse schootsvelden van de Nijmeegse vestingwerken. Het archeologisch onderzoek had als doel het documenteren, registreren en veiligstellen van de archeologische resten die zich in de ondergrond van het onderzoeksgebied bevinden, om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. In de vijf straten is ongeveer 1055 strekkende meter riool vervangen. De gemiddelde breedte van de rioolsleuven bedroeg 2,6 m en de sleuven zijn tot ruim 2 m -mv ontgraven (8,5-9,2 m +NAP). Voor de realisatie van de huisaansluitingen in het westelijke deel van de Patrijsstraat zijn 5 kleinere sleuven gegraven van 1 tot 2 m breed en met een lengte variërend van 2,2 tot 5,8 m. De mate van de bodemverstoring varieert lokaal en hangt samen met het terreingebruik aan het einde van de 19e eeuw en begin 20e eeuw. De westelijke helft van het plangebied was toen in gebruik als boomgaard en de oostelijke helft was akkerland. Binnen de grenzen van de voormalige boomgaard is de bodem op de schop genomen, waardoor de bodemlagen met elkaar vermengd zijn geraakt. Daar waar de bodem intact was, zijn twee antropogene bodemlagen onderscheiden, een akkerlaag uit de middeleeuwen of nieuwe tijd en een Romeinse of prehistorische akker-of cultuurlaag. Uit het archeologische onderzoek is gebleken dat het plangebied reeds in de prehistorie bewoond werd. Onder de Romeinse of prehistorische bodemlaag dagzoomden de 32 prehistorische sporen op 0,7-1,0 m -mv (9,8-10,2 m +NAP). Dit betreffen kuilen, twee mogelijke crematiegraven, paalsporen en greppels. De meeste sporen zijn in het noorden en midden van het plangebied aangetroffen. De oudste sporen en aardewerkscherven dateren waarschijnlijk uit de midden-bronstijd, de jongere sporen uit de late bronstijd t/m ijzertijd en mogelijk nog Romeinse tijd. Hoewel er een grote sporendichtheid waarneembaar is, is het niet mogelijk om de prehistorische sporen te herleiden tot een structuur. Wel zijn twee clusters van sporen onderscheiden, wat erop kan duiden dat er twee, mogelijk meer, gebouwen hebben gestaan. Wellicht behoren deze sporen tot dezelfde vindplaats als de restanten van huisplattegronden en bijgebouwen die in 2009 en 2010 zijn aangetroffen bij archeologische onderzoeken aan de Kievietstraat en Marialaan, 200 m ten noorden van het plangebied. In de zuidelijke werkputten (wp2, wp4, wp6) is de sporendichtheid een stuk lager, wat erop kan duiden dat hier de randzone van de prehistorische vindplaats(en) ligt. In de Romeinse tijd lag het plangebied buiten de grenzen van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus en werd het terrein minder intensief gebruikt dan in de voorgaande eeuwen. Hoewel het noordelijke deel van de Bosduifstraat nog binnen de grenzen van een Romeins grafveld kon liggen, zijn daar geen concrete aanwijzingen voor aangetroffen. Zuidelijker, in de Korhoenstraat, zijn wel twee sporen bestempeld als zijnde mogelijke crematiegraven, maar dit is een zeer onzekere interpretatie. Ook in de middeleeuwen was het terrein niet bewoond. Er zijn geen restanten van de vestingwerken aangesneden, wel zijn enkele afgeschoten loden kogels gevonden. Vanaf de 18e eeuw werd het plangebied weer meer intensief in gebruik genomen. De meeste van de 20 nieuwetijdse sporen worden geassocieerd met het terreingebruik in de 19e en 20e eeuw, De sporen (kuilen, paalkuilen, schuttersputten, zoeksleuven en een waterput) zijn in twee groepen te verdelen. Een deel dagzoomde direct onder het huidige wegdek en het tweede deel van de sporen werd bedekt door akkerlaag 5010 en was waarneembaar op 0,4 tot 0,6 m -mv (10,1 tot 10,8 m +NAP). Een bakstenen 19e-eeuwse of vroeg 20e-eeuwse waterput behoort waarschijnlijk bij een van de woningen aan de Marialaan. Een grindpakket in het profiel van wp1 en een concentratie veldkeitjes en grofkeramiek zijn mogelijk de restanten van bestrate paden in en rond de boomgaard en akkers. Daarnaast zijn enkele resten uit de oorlogsjaren aangetroffen, waaronder het restant van een (vermoedelijk) Amerikaanse schuttersput en een Britse schuttersput met een keerwand van lege granaatkisten. Concluderend wordt gesteld dat de archeologische waarden in het plangebied twee uiteen liggende perioden vertegenwoordigen, namelijk de (late) prehistorie en nieuw(st)e tijd, met daartussen een groot hiaat waarin sporen en vondsten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen nagenoeg ontbreken.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xjd-e8jc
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:120001
Provenance
Creator Heijting, F.J.
Publisher Gemeente Nijmegen
Contributor Hemert, J. van;Komen, M.C.M.;Daniël, A.A.W.J.;Venne, A.C. van de;Damen, H.;Gemeente Nijmegen;Hendriks, J.
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Hemert, J. van;Komen, M.C.M.;Daniël, A.A.W.J.;Kerament;Venne, A.C. van de;Damen, H.;Gemeente Nijmegen;Hendriks, J.
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format access / mdb;mapinfo / tab;text/xml;image/jpeg;application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2019-04-23T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-10-23T11:59:59Z