Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen Heuvelstraat 3 t/m 7 te Deurne Antea Group Archeologie 2018/139

DOI

Aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De opdrachtgever is voornemens de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen en vervolgens nieuwbouw te realiseren. De sloop van de bestaande bebouwing en de bouw van de nieuwbouw zal gepaard gaan met bodemverstorende werkzaamheden, waarvan voorzien wordt dat deze dieper zullen reiken dan 0,5 m – mv. In hoeverre de bestaande bouw reeds verstorend heeft gewerkt op de bodemopbouw is niet bekend omdat de wijze van funderen niet duidelijk is.

Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Houtenhoek/Schutsboom- de Romein’ uit 2016. Binnen dit bestemmingsplan is een ‘besluit-vlak Waarde – Archeologie Gematigd’ opgenomen. Hierbij geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is indien de bodemingrepen een oppervlakte groter dan 1.000 m2 beslaan en/of die dieper gaan dan 0,5 m – mv. Dit besluitvlak is gebaseerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Deurne. Hierop heeft het plangebied een gematigde archeologische verwachting.

Bureauonderzoek Het plangebied bevindt zich in een dekzandvlakte en gezien de ouderdom van de te verwachten afzettingen kunnen in het plangebied in theorie vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het laat paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Hierbij kan echter wel de volgende kanttekening worden gemaakt: Jager-verzamelaars uit het laat paleolithicum tot en met het mesolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreindelen in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water. Het plangebied bevindt zich niet in of langs een beekdal, maar in een dekzandvlakte waar geen/weinig gradiëntzones aanwezig zijn. Op basis hiervan geldt een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat paleolithicum en het mesolithicum.

Ook in de periode vanaf het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen gaf men de voorkeur aan hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. Het dekzandrugcomplex ten oosten van het plangebied zal een geschikte bewoningslocatie hebben gevormd, maar het plangebied zelf ligt in de lagere dekzandvlakte. Op basis hiervan is ook een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd.

Uit de historische bronnen is bekend dat Deurne een vroegmiddeleeuwse oorsprong heeft. In theorie kunnen er dus resten uit deze periode worden aangetroffen, hoewel er tot op heden weinig bekend zijn in de gemeente Deurne. Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn wel resten bekend in de directe omgeving van het plangebied en mede vanwege de mogelijke aanwezigheid van een plaggendek geldt er een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd.

Booronderzoek Vanwege de aangetroffen dikte van de A-horizont wordt de bodem geclassificeerd als enkeerdgrond. Boring 2 kent vervolgens een geroerde bodemopbouw wat ook bij boring 3 het geval is. Deze moest echter tijdens het veldwerk worden gestaakt. Bij boring 2 is de top van de C-horizont verstoord, er is sprake van een A/C horizont. Boring 4 kent binnen dit plangebied de meest intacte opbouw: een antropogeen dek (esdek) op het uitgangsmateriaal. Dit alles maakt dat er alleen bij boring 4 sprake is van een antropogeen dek op de C-horizont.

Advies Op basis van het uitgevoerde onderzoek is de archeologische verwachting, de voorgenomen ontwikkeling en de beleidsaanduiding van het plangebied in beeld gebracht. Vervolgens zijn deze getoetst middels een archeologisch booronderzoek conform BRL 4000 (KNA 4.1). Resultaat hiervan is dat voor een klein deel van het plangebied deze verwachting blijft gelden maar dat het binnen het plangebied om een dermate klein deel gaat dat een zinvol archeologisch onderzoek, mede gelet op de bekende verontreiniging, niet aan de orde is. Antea Group adviseert voorliggend plangebied dan ook vrij te geven voor wat betreft het onderdeel archeologie en geen vervolgonderzoek uit te voeren.

Het advies van de bevoegde overheid is om in het plangebied wel een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologisch proefsleuvenonderzoek.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zbk-vh86
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:116612
Provenance
Creator Colijn, J.E.
Publisher Antea Group
Contributor Sophie, G.;Antea Group
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Sophie, G.;Antea Group
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2019-01-16T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-02-06T11:59:59Z