Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de realisatie van twee bouwkavels aan de Pastoor van de Plaatstraat 36 te Rijpwetering, gemeente Kaag en Braassem Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende en karterende fase)

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heefteen archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen (IVO-O) uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor een plangebied aan de Pastoor van de Plaatstraat. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 750 m2 en is momenteel deels bebouwd en verhard. De nieuwbouwkavels zijn gepland op het terrein achter de bestaande huizen. Op de archeologische verwachtingenkaart staat het plangebied gekarteerd met een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Bronstijd tot en met Late Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de periodes Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. In beide gevallen betreft het nederzettingsresten, waarbij voor de Late Middeleeuwen een dorpskern ook binnen de verwachting valt. Op de archeologische beleidskaart is het plangebied gekarteerd als een onderdeel van de ontginningsas en de historische kern. Hiervoor geldt dat het gebied onderzoeksplichtig is bij bodemingrepen groter dan 150 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld.

Het bureauonderzoek had tot doel na te gaan of er reeds bekende archeologische waarden in de vorm van archeologische monumenten of waarnemingen/vondstlocaties binnen het plangebied bekend zijn en om een gespecificeerde archeologische verwachting te bepalen.

De geologische omstandigheden, een nat en laaggelegen veengebied, vormden in het verleden geen goede omstandigheden voor bewoning. Wel was er bewoning mogelijk op het veen vanaf de Bronstijd. De archeologische verwachting voor de periodes Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen is daarom middelhoog. Pas vanaf de ontginning en de aanleg van de dijk in de Late Middeleeuwen werd het plangebied geschikt voor bewoning en bebouwing. Het plangebied ligt aan het lint van oude bebouwingsconcentraties van het dorp Rijpwetering dat waarschijnlijk in de 17e eeuw ontstond. Volgens de BAG-viewer dateert het huidige huis in het noordoosten van het plangebied uit 1830, en is dus mogelijk al zichtbaar op de kadastrale minuut van 1811-1832. Mocht er op de kadastrale minuut een voorganger zichtbaar zijn van het huidige huis, dan bevinden mogelijk resten van dit gebouw zich onder het huidige huis, op basis van de topografie zichtbaar op de kadastrale minuut. Geconcludeerd kan worden dat op basis van het bureauonderzoek het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor sporen uit de dorpskern uit de periode Late Middeleeuwen (ontginning, aanleg dijk) en Nieuwe Tijd (het dorp Rijpwetering vanaf de 17 eeuw).

Tijdens het veldonderzoek zijn 4 boringen uitgevoerd met een minimale diepte van 2 meter beneden maaiveld. Een boring is doorgezet tot een diepte van 4 meter beneden maaiveld. Binnen de boringen is verstoorde grond aangetroffen tot een diepte van 190 tot 310 centimeter beneden maaiveld. Het bouwzand was lichtbruin van kleur boven de grondwaterspiegel en grijs onder de grondwaterspiegel. Onder het bouwzand zijn in twee boringen nog restanten van het toemaakdek aanwezig, deze bestaan uit kleiig matig grof zand met veenresten en kleibrokken. Daaronder is Hollandveen aangetroffen.

Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting voor het plangebied worden bijgesteld naar laag. Binnen het plangebied is de verstoring zodanig groot dat eventuele archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd op het Hollandveen verstoord zullen zijn geraakt. Er zijn ook geen resten, zoals bouwlagen, aangetroffen van een eventuele vroeg 19e-eeuwse voorganger van de huidige bouw (daterend uit 1830). Zoals al tijdens het bureauonderzoek geconcludeerd bevinden de mogelijk resten van de eventuele voorganger van het huidige huis (uit 1830) zich naar alle waarschijnlijkheid onder het huidige huis.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) kan gezien de aangetroffen bodemopbouw worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is. De archeologische verwachting voor het plangebied kan daarom worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

Het bevoegd gezag, de gemeente Kaag en Braasem, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer de gemeente besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Kaag en Braasem, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-289-rq3k
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:155972
Provenance
Creator Satijn, O.P.N.
Publisher Vestigia bv
Contributor Puijenbroek, F.P.J. van;Vestigia bv
Publication Year 2019
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess
Contact Puijenbroek, F.P.J. van;Vestigia bv
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Not stated
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage Begin 2019-03-21T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2019-11-27T11:59:59Z