Archeologisch bureauonderzoek: Ringwaterleiding te Roosendaal, Tracé-variant A, B en C

DOI

In opdracht van LievenseCSO heeft Archeodienst BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het project Ringwaterleiding bij Roosendaal (gemeente Roosendaal). Het doel van het bureauonderzoek is om de archeologische (verwachtings)waarden binnen het plangebied in kaart te brengen om vervolgens aan te geven door welke van de drie tracé-varianten het archeologische bodemarchief het minste wordt bedreigd en dus vanuit archeologisch oogpunt de beste keuze is.

Het doel van het bureauonderzoek is om de archeologische (verwachtings)waarden binnen het plangebied in kaart te brengen om vervolgens aan te geven door welke van de drie tracé-varianten het archeologische bodemarchief het minste wordt bedreigd en dus vanuit archeologisch oogpunt de beste keuze is.

De belangrijkste uitgangspunten voor het archeologische verwachtingsmodel zijn dat de hogere dekzandruggen zijn aangemerkt als een middelhoge verwachtingszone (conform de advieskaart van de gemeente Halderberge) en niet als een hoge verwachtingszone zoals op de kaart van de gemeente Roosendaal. Daarnaast zijn de lage verwachtingszones in de gemeente Roosendaal deels bijgesteld naar hoog vanwege de ligging op een gradiëntzone waarvoor een hoge verwachting geldt op vindplaatsen van jager-verzamelaars (conform de advieskaart van de gemeente Halderberge). Daarnaast hebben de zones die eerder zijn onderzocht en (op basis van een verstoorde bodem) zijn vrijgegeven en de percelen die zijn aangegeven als afgegraven/ontgrond/verstoord geen archeologische verwachting meer. Strikt genomen blijft de verwachting ter plaatse gehandhaafd maar is de kans dat je een intacte vindplaats aantreft klein of zelfs afwezig omdat de bodem is verstoord. Tot slot zijn de historische verwachtingslocaties toegevoegd.

Vanuit archeologisch oogpunt heeft tracé-variant C de voorkeur. Dit tracé heeft de minste kilometers aan middelhoge en hoge verwachtingszones (4,6 km, zonder HDD-boring). Het tracé heeft een historische locatie meer dan varianten A en B, maar de omvang van deze locatie is vrij klein en de verwachting niet heel hoog waardoor het niet opweegt tegen de extra kilometers aan (middel)hoge verwachting van de andere tracé-varianten.

Wanneer een tracé-variant is gekozen, zal op basis van de verwachtingskaart (Bijlage 8) archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn in de middelhoge en hoge verwachtingszones en ter plaatse van de historische verwachtingslocaties. In de middelhoge en hoge verwachtingszones zal dit onderzoek in eerste instantie gericht worden op de intactheid van de bodem. In de zones waar (deels) intacte bodemprofielen aanwezig zijn, zal vervolgonderzoek noodzakelijk zijn door middel van karterende boringen en/of proefsleuven.

Wanneer graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen de historische verwachtingslocaties, wordt ter plaatse archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van een archeologische begeleiding. De tracégedeeltes waar de leiding door middel van een horizontaal gestuurde boring zal worden aangelegd, zal geen archeologisch onderzoek nodig zijn omdat de bodem boven de leiding waar het potentiële archeologische niveau zich bevindt niet zal worden verstoord.

Ter plaatse van de lage verwachtingszones en de delen die in het verleden al zijn onderzocht en vrijgegeven of ontgrond wordt de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats klein geacht. In deze zones wordt geen archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht. Een uitzondering hierop vormen de beekdalen. Wanneer aan één of beide zijden van het beekdal aanwijzingen worden gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, dan zal alsnog onderzoek moeten plaatsvinden in het beekdal om te achterhalen of hier resten aanwezig zijn die samenhangen met de vindplaats op het hoger gelegen deel langs het beekdal. Een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden in het beekdal heeft in dat geval de voorkeur omdat vondsten in ‘natte context’ vaak toevals(punt)vondsten betreffen, die moeilijk of niet zijn op te sporen door middel van boringen of proefsleuven.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zfy-dn7f
Related Identifier 10.17026/dans-x63-3r79
Related Identifier 10.17026/dans-zc7-ghv3
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:67104
Provenance
Creator Koeman, S.M.
Publisher Archeodienst BV
Publication Year 2016
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Coverage
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "," "}
Temporal Coverage Begin 2015-09-02T11:59:59Z
Temporal Coverage End 2016-11-10T11:59:59Z