Maastricht - Limmel. Verkabeling hoogspanningskabels. Opgraving BAAC-rapport A-13.0139

DOI

Tussen 12 en 16 augustus 2013 heeft BAAC bv in een deel van het plangebied Verkabeling Hoogspanningskabels te Limmel (gemeente Maastricht) een opgraving uitgevoerd. Tijdens het vooronderzoek is in deelgebied H, het onderhavige onderzoeksgebied, een vindplaats aangetroffen, die vermoedelijk wordt gedateerd in de ijzertijd of (vroege) middeleeuwen. De aanleiding voor het onderzoek is de verkabeling van de hoogspanningskabels op het traject Limmel – Nazareth. Hierbij zullen de bovengrondse kabels over ca. 690 m lengte ondergronds worden gebracht, waarbij de in de bodem aanwezige archeologische resten definitief verloren zullen gaan.

Uit de opgravingsgevens blijkt dat het onderzoeksgebied zich bevindt op fluviatiele afzettingen van de Maas die zijn afgezet in het Late Dryas en mogelijk het Preboreaal. In de ondergrond zijn diverse geulen aanwezig van waaruit bij hoogwater hoogvloedleem is afgezet. Vanaf het neolithicum nam de overstromingsfrequentie in het onderzoeksgebied toe en is ‘jonge’ overstromingsklei afgezet. Desondanks was het onderzoeksgebied, gezien de sporen die tijdens de opgraving zijn aangetroffen, bewoonbaar vanaf de bronstijd tot en met de Romeinse tijd.

Vanaf de late bronstijd was het onderzoeksgebied al in gebruik door de mens. In het zuidelijke deel is een kuil aangetroffen waarin de bodem van een grote pot is aangetroffen. Zeer waarschijnlijk heeft er binnen het onderzoeksgebied geen bewoning plaats gevonden. Verspreid over het terrein is hetzelfde type aardewerk als in de kuil aangetroffen, maar dit moet niet gezien worden als afval van een nederzetting, maar als incidenteel gebruik van de locatie. Zeer waarschijnlijk ligt de nederzetting uit de late bronstijd ergens in de buurt van het onderzoeksgebied. Pas in de vroege en midden-ijzertijd verschijnen sporen van bewoning op het terrein. Binnen de greppel uit de ijzertijd zijn twee spiekers, palenzwermen en kuilen uit de vroege en midden-ijzertijd aangetroffen. Bij niet-archeologische graafwerkzaamheden, circa 120 m ten zuiden van het onderzoeksgebied, zijn ook twee kuilen uit dezelfde periode aangetroffen. Alle sporen worden gezien als onderdelen van erf, maar omdat huisplattegronden ontbreken, worden de verschillende structuren/sporen beschouwd als delen of perifere zones van erven. De greppel zal een imposante barrière gevormd hebben in het landschap. Vergelijkbare nederzettingen uit de ijzertijd die versterkt zijn door een greppel worden niet vaak aangetroffen. Een voorbeeld is aangetroffen in Eckelrade, op de Molenakker te Weert en in de Schalkskamp nederzetting te Oss. Dit zijn voorbeelden die allen dateren in delate ijzertijd. Na de vroege en midden-ijzertijd is het onderzoeksgebied verlaten. In de vroeg-Romeinse tijd verschijnt er pas weer bewoning in het onderzoeksgebied. Op het terrein verschijnt een huisplattegrond van het type Alphen-Ekeren, een waterkuil en enkele kuilen, waaronder twee kuilen waarin afval is gedeponeerd. Op basis van het aardewerk en de huistypologie wordt de nederzetting gedateerd in de vroeg-Romeinse – midden-Romeinse tijd A.

Na de Romeinse tijd lijkt het onderzoeksgebied voor langere tijd verlaten te zijn geweest. De ontbossingen bereikten hun maximum in de Romeinse tijd. Mogelijk heeft de hiermee samenhangende toenemende overstromingsfrequentie bijgedragen tot de verlating van het plangebied. De overstromingen hebben plaatsgevonden vanuit de oude vlechtende geulen, die tevens gebruikt zijn voor de afwatering van lokale beken, zoals de Kanjelbeek ten zuiden van het onderzoeksgebied. In de 17e – 18e eeuw is in het onderzoeksgebied een veldoven gebouwd. De oven lijkt een strategische ligging te hebben gezien de ligging in de nabijheid van de Kanjelbeek voor (aanvoer van) grondstoffen, kleiwinning en transportmogelijkheden. Daarnaast ligt de oven ook in de direct omgeving van drie kastelen, namelijk kasteel Bethlehem, kasteel Jerusalem en een omgracht terrein waarvan het kasteel vermoedelijk in de 18e eeuw gesloopt is. De oven is waarschijnlijk gebruikt voor de bouw of restauratie van een van de kastelen. Ze worden dikwijls vlakbij een bouwproject geplaatst om de transportkosten zo laag mogelijk te houden.

Na de 17e – 18e eeuw is het onderzoeksgebied niet langer in gebruik geweest en vermoedelijk een aantal keren overstroomd. In de 19e eeuw lag het onderzoeksgebied volgens een waterstaatskundige kaart uit 1912 op de zogenaamde Heugemse geul. Deze geul is gebruikt om het overstromingswater om Maastricht te leiden.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-xbp-5e6t
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:71091
Provenance
Creator Kooi, M.
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor TenneT TSO B.V.;BAAC bv;Beurden, L. van
Publication Year 2017
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;DANS License
Contact TenneT TSO B.V.;BAAC bv;Beurden, L. van;BIAX Consult
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format image/jpeg;Microsoft Excel;application/msword;application/pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2016-08,2016-08-16,2017-05-31}