Archeologisch vooronderzoek in het kader van werkzaamheden ten behoeve van natuurprojecten in de Westelijke Langstraat, gemeente Waalwijk

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek verricht in het kader van de voorgenomen ingrepen in het kader van de natuurprojecten N2000 en Natuur Netwerk Brabant (NNB) in het gebied Westelijke Langstraat, gemeente Waalwijk (afbeelding 1, kaart 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 656 hectare. De voorgenomen werkzaamheden bestaan volgens de huidige plannen onder ander uit afgravingen van de voedselrijke bovengrond. Primaire doel van deze afgravingen is natuurherstel door de voedselrijke bouwvoor af te voeren. Hierbij zullen ontgravingen plaatsvinden tot een diepte van maximaal ca. 0,5 m beneden het maaiveld (afbeelding 2 en 3). Door de maatregelen zullen peilaanpassingen van het grondwater plaatsvinden (afbeelding 4-6). De definitieve plannen zullen in een later stadium worden vastgesteld.

Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen.

Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0), protocol 4002 Bureauonderzoek.

Vanuit het perspectief van het landschap en bekende archeologische gegevens is er reeds eerder door Vestigia een verwachtingskaart opgesteld; hierbij zijn alle beschikbare bronnen over ondergrondgegevens gebruikt, inclusief een analyse van Archis- en DINO-gegevens, input uit regionale archieven en kennisbronnen, en een uitgebreide veldtoets. Ook de meldingen over ontgrondingsaanvragen zijn gecontroleerd, door zowel de hoogtemodellen te analyseren als een veldtoets uit te voeren. Deze opgestelde verwachting kan vanwege de grote overlap met de huidige studie, geheel worden overgenomen (zie afbeelding 7 en 8, kaart 4), aangevuld met informatie uit een recent uitgevoerde inventarisatie van archeologische waarden binnen het plangebied. Aan de bruine enkeerdgronden en gooreerdgronden is op basis van vondsten een hoge verwachting toegekend voor de periode Laat-Paleolithicum/Neolithicum tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, met uitzondering van de gebieden die vergraven zijn (zie kaart 2b). De mogelijke archeologische sporen en vindplaatsen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum/Neolithicum tot nederzettingsterreinen en sporen van landgebruik/verkaveling uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Eventuele sporen van bewoning of landgebruik kunnen vlak onder het maaiveld worden aangetroffen. Ook het voorkomen van (deels) intacte podzol onder een veenbodem kan een indicatie zijn voor een hogere archeologische verwachting voor de periode Paleolithicum/Neolithicum; vanaf de Bronstijd (2000 – 800 v.Chr.) waren deze gebieden echter te nat voor menselijke bewoning. Ook is de textuur van met name rivierbodems meegenomen bij het bepalen van de archeologische verwachting. Gronden met een grovere textuur (meer zand in plaats van klei) zijn beter geschikt voor bewoning en krijgen een hogere verwachting. Binnen het huidige plangebied is het aantal vondsten zeer beperkt, en zijn er geen vastgesteld complextypes of behoudenswaardige vindplaatsen bekend, buiten de historisch bekende ontginningslinten/batterijen en de twee rijksmonumenten. Dit kan mogelijk worden verklaard door het feit dat het landgebruik gedurende de laatste eeuwen nauwelijks is veranderd (landbouwgrond en hooilanden), en dat er relatief weinig activiteiten plaats hebben gevonden waarbij archeologisch onderzoek aan de orde was. De steentijdvondsten die zijn aangetroffen (Archis) betreffen losse vondsten die samenhangen met de algehele verwachting voor dekzandgronden. De vondsten uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen zijn waarschijnlijk in het plangebied terecht gekomen met zand dat van elders is aangevoerd.

Daarnaast kunnen aan de historisch bekende ontginningslinten in het landschap een hoge archeologische waarde worden toegekend. De uitgebreide plaggendekken rond de dorpskernen hebben ervoor gezorgd dat de archeologie eronder relatief goed beschermd wordt. Binnen het plangebied liggen er twee ontginningslinten: Buurtschap Hooge Vaart binnen, waarschijnlijk ontstaan in de Nieuwe Tijd, en Sprang(-Capelle), waarschijnlijk in de 14e eeuw ontstaan op de scheiding van zand- en veengronden, langs de 14e-eeuwse ontginningsvaart tussen ‘s Gravenmoer en ’s-Hertogenbosch. Met uitzondering van de ontginningslinten, de resten van een vijzelgemaal en de twee batterijen ontbreken binnen het onderzoeksgebied concrete aanwijzingen voor historische bebouwing uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Ook bevinden zich twee rijksmonumenten binnen het plangebied: de Sluisbrug over het Zuiderafwateringskanaal en de dubbele sluisbrug gelegen op de kruising van het Zuiderafwateringskanaal met de Wendelnesseweg Oost en de Schoolstraat.

Advies archeologie

Advies AMZ-cyclus

Het inrichtingsplan is nog niet definitief vastgesteld. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert om de in het vast te stellen (concept)inrichtingsplan voorziene graafwerkzaamheden te confronteren met de op Kaart 4 aangegeven verwachtingsgebieden. Binnen het plangebied dient een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te worden gevoerd op die locaties die, zoals uit bovengenoemde confrontatie zou kunnen blijken, aan alle drie de volgende voorwaarden voldoen: • Gebieden met op de beleidskaart met een archeologische waarde, en locaties met een gematigde en hoge archeologische verwachting (zie beleidskaart kaart 4, beleidscategorieën 2, 3 en 4) • Daar waar afgravingen plaatsvinden (zie afbeelding 2 en 3) • Daar waar in het kader van de geplande graafwerkzaamheden de betreffende vrijstellingsgrens wordt overschreden: - Categorie 2 (archeologische waarde, paars op de beleidskaart, kaart 4): historische bewoningslinten, kasteelterreinen, batterijen, vijzelgemalen en historische molenlocaties): verplichting tot archeologisch vooronderzoek indien de omvang van het terrein groter is dan 100 m2 en de verstoring dieper gaat dan 50 cm onder maaiveld; - Categorie 3 (hoge archeologische verwachting, oranje): verplichting tot archeologisch vooronderzoek indien de omvang van het terrein groter is dan 500 m2 en de verstoring dieper gaat dan het niveau van 4 meter +NAP; - Categorie 4: (gematigde archeologische verwachting, lichtgeel): verplichting tot archeologisch vooronderzoek indien de omvang van het terrein groter is dan 5000 m2 en de verstoring dieper gaat dan 50 cm.

Indien er deelgebieden zijn die voldoen aan de drie genoemde voorwaarden en waar ook de vrijstellingsgrens wordt overschreden, is verkennend onderzoek noodzakelijk om de archeologische verwachting te toetsen, alsmede vast te stellen tot welke diepte de bodem binnen het plangebied door (sub)recente werkzaamheden is verstoord. Dit onderzoek moet uitsluitsel geven of er vervolgstappen in het kader archeologische monumentenzorg (AMZ-cyclus) in relatie tot de mogelijke planontwikkeling nodig zijn. Een dergelijk verkennend booronderzoek heeft tot doel vast te stellen of een intact bodemprofiel aanwezig is binnen het plangebied waarbij bodemgaafheid, bodemgeografie, laagopbouw en bodemstratigrafie aan de orde komen. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door te boren met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) in een verkennend grid van ca. 6 boringen per hectare.

Hoewel er volgens de huidige plannen geen vergravingen plaatsvinden die de vrijstellingsgrenzen overschrijden, zijn bovenstaande categorieën 2,3 en 4 hier toch opgenomen omdat de plannen nog niet vaststaan, en de volgende punten van toepassing zijn: 1. Naar aanleiding van de confrontatie van de voorziene graafwerkzaamheden (in het vast te stellen inrichtingsplan) met vrijstellingsgrenzen, zouden eventuele geconstateerde vrijstellingsgrens-overschrijdende graafwerkzaamheden kunnen worden aangepast, zodat er geen booronderzoek hoeft te worden uitgevoerd. 2. Met het hier benoemen van deze categorieën worden het bevoegd gezag, de opdrachtgever en aannemer van de werkzaamheden er bovendien op gewezen dat de graafwerkzaamheden met de nodig voorzichtigheid dienen te worden uitgevoerd. Indien dit niet vooraf kan worden gegarandeerd, dat wil zeggen als er geen duidelijke afspraken worden gemaakt om te voorkomen dat de maximale vergravingsdiepte niet over grote oppervlaktes (groter dan de vrijstellingsgrens) wordt overschreden, kan het bevoegd gezag besluiten alsnog deze categorieën in werking te doen treden.

Voorafgaand aan het verkennende booronderzoek dienen daarom de daadwerkelijk definitieve inrichtingsplannen met bijbehorende ingrepen eerst in kaart te worden gebracht (locatie, diepte, wijze van ontgraven). Daarop wordt, in overleg met bevoegd gezag, besloten of en waar er vervolgonderzoek nodig is, en eventueel een Plan van Aanpak met boorplan gebaseerd.

Bij de uitwerking van de plannen en in een eventueel archeologisch vervolgonderzoek moet rekening worden gehouden met de historisch bekende ontginningslinten en de tweebatterijen (en de buffer eromheen, zoals verwerkt in de beleidskaart Kaart 4), en de resten van het vijzelgemaal in het noordoosten van het plangebied. Er bevinden zich binnen het plangebied geen andere behoudenswaardige archeologische vindplaatsen waarvoor specifieke maatregelen nodig zijn bij de uitvoering van de plannen.

De voorlopige plannen laten zien dat er aanpassingen aan het grondwaterpeil zullen plaatsvinden. Op de meeste locaties binnen het plangebied grondwaterstijging optreden, dat als niet of nauwelijks schadelijk kan worden gezien voor het in de ondergrond aanwezige archeologisch erfgoed. Bij verlagingen van het grondwaterpeil moet rekening worden gehouden met bekende vindplaatsen en eventueel in de bodem aanwezig nog niet ontdekt archeologisch erfgoed. Eerder onderzoek heeft namelijk aangetoond dat een langdurige daling van de grondwaterstand de conserveringstoestand kan aantasten van archeologisch materiaal dat altijd onder waterniveau heeft gelegen. Het is echter niet te voorspellen waar zich dit erfgoed bevindt. Het advies kan daarom alleen in algemene zin worden gegeven: beperk bij de werkzaamheden daling en (onnatuurlijke) fluctuaties van het grondwaterniveau, en de duur daarvan zo veel mogelijk , ter mitigatie van de effecten op bekende en nog onbekende archeologie. Indien er over een gebied groter dan de vrijstellingsgrens met een middelhoge of hoge archeologisch verwachting permanente grondwaterdaling plaatsvindt, dient er nader onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek vindt plaats om te kunnen bepalen of er archeologische resten in de bodem aanwezig kunnen zijn, en of een daling van de grondwaterstand de conserveringstoestand van eventueel aanwezig archeologisch vondstmateriaal zou kunnen aantasten. Onderdeel van dit onderzoek zou een verkennend booronderzoek kunnen zijn naar de intactheid van de bodem en de archeologische verwachting en/of een studie van het huidige grondwaterniveau vs. het te verwachten grondwaterniveau.

Het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Brabant, dient op basis van de uitkomsten van dit rapport en het bovenstaand advies van Vestigia, en na het vaststellen van de definitieve plannen, een selectiebesluit te nemen (wel/niet vervolg, en zo ja, in welke vorm). Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Brabant, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Aandachtspunten

Er dient bij de uitwerking van de plannen rekening te worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van de rijksmonumenten Sluisbrug over het Zuiderafwateringskanaal en de dubbele sluisbrug gelegen op de kruising van het Zuiderafwateringskanaal met de Wendelnesseweg Oost en de Schoolstraat. Ook met de aanwezigheid van rijkmonument Kasteel Zuidewijn, gelegen net buiten het plangebied, dient rekening te worden gehouden. Dit vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie van het gebouw met de andere onderdelen van de buitenplaats die gedeeltelijk binnen het plangebied vallen, en vanwege zijn onaangetaste ligging in het lineaire ontginningslandschap.

Daarnaast adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie er in de planning van de werkzaamheden rekening mee te houden dat voor bodemverstorende werkzaamheden ten behoeve van waterbeheer en drainage (het graven van sloten, aanleggen van stuwen, gemalen en leidingen) in het kader van de verwachte grondwateraanpassingen de AMZ-cyclus opnieuw doorlopen dient te worden, zodra de details over de bijbehorende bodemingrepen bekend zijn. Het aantal stappen en de bijbehorende doorlooptijd daarvan is sterk afhankelijk van de omvang, locatiekeuze en mate van complexiteit van de ingrepen.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-x2v-hx75
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:178320
Provenance
Creator Satijn, O.P.N.
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Vestigia
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
Contact Vestigia
Representation
Language Dutch
Resource Type Text
Format application/pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "," "}
Temporal Coverage {2020-07-03,2019-09-02,2020-07-03}