Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek (7284.002) Lammenschansweg-Kanaalweg te Leiden

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het in 2016 door Bureau voor Archeologie uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de perioden vanaf het Neolithicum. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied binnen de monding van de Oude Rijn, ofwel het Oude Rijn estuarium, waarbij de oeverwallen geschikte bewoningslocaties vormden. Op de oeverafzettingen is de verwachting dat een één meter dik ophogingspakket opgebracht, op basis van resultaten van eerder gezette milieukundige boringen. Daarna is een deel van het plangebied bebouwd. Aan het einde van de 20e eeuw heeft binnen een deel van het plangebied een sanering plaatsgevonden van verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen in de grond en het grondwater. De exacte locatie van de afgravingen en de diepte is niet bekend. De bebouwing is in het begin van de 21e eeuw gesloopt.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd de aanwezigheid van een ophogingspakket, echter de gemiddelde dikte ervan is aanzienlijk dikker dan de verwachte meter. Het ophogingspakket heeft een gemiddelde dikte van circa 160 cm en vooral ter plaatse van het zuidwestelijke en noordoostelijke deel van het plangebied reikt het pakket aangebracht zand tot bijna dan wel voorbij 2 m -mv (2 meter dik pakket). Onder het recente ophogingspakket zijn de verwachte oeverafzettingen niet aangetroffen. De ondergrond bestaat uit bedding-, verlandings- en komafzettingen. Het bovenste aangetroffen natuurlijke pakket zware komklei laat zien dat het plangebied tijdens de vorming van het Oude Rijn estuarium een positie innam in een vrij nat gebied. De zandigere en drogere oeverwallen moeten meer gezocht worden dichter bij de hoofdloop van de Oude Rijn, in de omgeving van de huidige loop van de Oude Rijn. Het plangebied zal daarom een minder aantrekkelijke bewoningsplaats zijn geweest. Daarnaast laten de boringen ook zien dat er in de top van de komafzettingen (sterk siltige tot venige klei) geen begraven bodem (vegetatiehorizont/laklaag) aanwezig is, erop duidend dat de oorspronkelijke top van de komafzettingen is verstoord dan wel afgegraven, meest waarschijnlijk tijdens bouw van de voormalige bebouwing binnen het plangebied.

Hoewel het terrein in de (Late-)Middeleeuwen en Nieuwe tijd door bemaling mogelijk beter betreedbaar was, blijkt uit het historisch kaartmateriaal, geraadpleegd tijdens het eerder uitgevoerde bureauonderzoek, dat het plangebied nooit is ingericht, buiten de vermoedelijke aanleg van verkavelings-/drainagesloten.

Conclusie Geconcludeerd wordt, op basis van de aangetroffen bodemopbouw, dat de middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de perioden vanaf het Neolithicum kan worden bijgesteld naar een lage tot geen verwachting. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Tijdens het bestaan van het Oude Rijn estuarium heeft het plangebied geen gunstige landschappelijke positie in genomen als potentiële bewoningslocatie. Tevens is de oorspronkelijke top van het pakket natuurlijke afzettingen ontgraven, waardoor eventueel toch aanwezige archeologische resten en/of sporen verloren zijn gegaan.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de gemeente Leiden.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-z3d-rnzw
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:161154
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor ir. E.M. ten Broeke (Econsultancy);Broeke, E.M. ten
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/restrictedAccess;License: http://dans.knaw.nl/en/about/organisation-and-policy/legal-information/DANSLicence.pdf
Contact ir. E.M. ten Broeke (Econsultancy);Broeke, E.M. ten;Econsultancy
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Coverage
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "}
Temporal Coverage {2020-03-25,2020-03-25,2020-03-25,2020-03-25}