Neerijnen Tuil Heerkensdreef Booronderzoek Heerkensdreef 4 te Tuil (gemeente Neerijnen) Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

ADC ArcheoProjecten heeft in maart 2014 een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Heerkensdreef 4 te Tuil (gemeente Neerijnen). Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen verlegging van een leiding en de toekomstige aanleg van een sloot. Het plangebied ligt evenwel in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het plangebied in de zone met een hoge archeologische verwachting. Om in deze zone bij ingrepen die groter zijn als 250 m2 een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden.

Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verkregen gegevens blijkt dat in de directe nabijheid van het plangebied sprake is van de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode van het Laat Neolithicum tot en met de Vroege IJzertijd. Deze zijn gesitueerd op de binnen het gebied aanwezige oeverwallen en crevasse-afzettingen. Het plangebied zelf ligt op crevasse-afzettingen behorend bij Meteren Verlengd. Op basis van de vormingsgeschiedenis daarvan kan in of aan de top daarvan sprake zijn van de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode vanaf de overgang Midden/Late Bronstijd. Indien aanwezig bevinden zij zich op een diepte van minder als 2 m - Mv. In de periode na de Late IJzertijd vernatte het landschap en kwam de bewoning in het gebied ten einde. Aan en direct onder het maaiveld kunnen in principe archeologische resten worden verwacht uit de periode vanaf de Late Middeleeuwen. Op basis van historisch kaartmateriaal lijkt dit echter minder waarschijnlijk en was tot ver inde 20ste eeuw in de directe omgeving van het plangebied alleen sprake van agrarische activiteiten.

Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de daarbij verkregen gegevens kan gesteld worden dat binnen het plangebied sprake is van komafzettingen (Formatie van Echteld) met inschakelde veenlagen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). De consistentie van het veen en de klei worden gekenmerkt als slap. Deze bodemopbouw representeert een nat milieu, kenmerkend voor rivierkommmen. Dergelijke gebieden werden in het verleden niet uitgekozen als vestigingslocatie. Tussen circa 1000 en 400 v.Chr. was sprake van een doorbraak van de oeverwallen van de Meteren Verlengd en werden de komafzettingen en het veen doorsneden door crevasse-afzettingen. Op het beddingzand van de crevasse- afzettingen heeft zich een dunne oever gevormd. De oeverafzettingen zijn op hun beurt vervolgens weer afgedekt door komafzettingen. Als gevolg van inversie van het landschap, waarbij de klei inklonk en het zand niet, kwamen de crevasse-afzettingen als een verhoging in het landschap te liggen. Vanwege deze hogere ligging vormde dit soort afzettingen in het verleden voorkeurslocaties voor vestiging. In de top van de oeverafzettingen van de crevasse zijn binnen het plangebied echter geen aanwijzingen, zoals ontkalking of bodemvorming, aanwezig die zouden kunnen wijzen op een bewoonbaar oppervlak. Waarschijnlijk zijn de crevasse-afzettingen relatief snel overdekt door komafzettingen.

De kans dat binnen het plangebied in de top van de crevasse-afzettingen archeologische resten uit de prehistorie aanwezig zijn, wordt klein geacht. Ook de kans op resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, wordt gezien het historisch bekende gebruik, klein geacht. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xax-evvg
PID https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-382q-2e
Source https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-382q-2e
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:57212
Provenance
Creator Jacobs, E. (ADC ArcheoProjecten); Rooij, J.A.G. van (ADC ArcheoProjecten)
Publisher ADC ArcheoProjecten
Contributor Jacobs, E.; ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2014
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; License: http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Representation
Language Dutch; Flemish
Resource Type Text
Format application/pdf
Discipline Archaeology
Spatial Coverage (5.206 LON, 51.846 LAT); 39C; Heerkensdreef 4; Tuil; Neerijnen; Gelderland