't Lage Eind 12 te Rottum Een bureauonderzoek (BO)

Het plangebied ligt in de archeoregio “Fries-Gronings kleigebied”. Dit is een relatief jong gebied, dat zich gedurende het Holoceen circa 11.000 jaar geleden, heeft gevormd en ontwikkeld. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een wierde. In een vlakte van getijafzettingen en een vlakte ontstaan door afgraving of egalisatie. Volgens de bodemkaart van Nederland ligt het plangebied naast de wierde in een kalrijke poldervaaggrond. Een booronderzoek, beschreven door Van Haaff in 2001, laat zien dat het ophogingspakket van de wierde op het hoogste punt van de wierde ca. 3,5 m dik is. De dikte van dit pakket neemt af tot ca. 0,75 m aan de randen, waarna deze laag langzaam overgaat in de huidige bouwvoor. Direct onder de wierde bevindt zich een dik pakket gecomprimeerd veen met veenmos en rietresten. Oorspronkelijk moet dit pakket meters dik zijn geweest. Het plangebied ligt binnen AMK-terrein 5063 een terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd. Het terrein betreft de wierde van Rottum en is te dateren in de IJzertijd – Nieuwe tijd. De wierde maakt deel uit van een lange rij wierden aan de westoever van de oude Fivelmonding. Op de wierde heeft een klooster gestaan uit de Late Middeleeuwen – Vroege Nieuwe tijd. Het betreft het Benedictijner klooster Sint Juliana, eigenaar van 2/3 van het eiland Rottumeroog. Het plangebied is gesitueerd ten zuiden van het klooster. Uit een vergelijking tussen de huidige topografische kaart en de kaart van 1580 wordt zichtbaar dat veel historische elementen nog steeds aanwezig zijn. Zichtbaar wordt dat het plangebied aan de noordkant grenst aan bebouwing dat ook al in 1580 aanwezig was. Deze bebouwing is op de kadastrale minuut uit 1811 1832 nog aanwezig. Ook in 1920 is deze bebouwing nog zichtbaar. Ook de “Weg van Rottum naar Kantens” waaraan het plangebied is gesitueerd was in deze periode al aanwezig. De wierde sloot, waarbinnen het klooster is gesitueerd, is op de kadastrale minuut uit 1811 – 1832 niet meer aanwezig. Het plangebied is buiten deze ringsloot gesitueerd. Het plangebied is wel binnen de dubbele omgrachting gesitueerd. Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied een lage archeologische verwachting geldt voor de periode Laat Paleolithicum tot het Neolithicum. Het archeologisch relevante niveau voor deze periode is de (onverstoorde) top van de pleistocene afzettingen, en ligt naar het zich laat aanzien tussen 10 en 15 m -NAP. Het dekzand is hier in de nabijheid van een geul waarschijnlijk geërodeerd. Daarnaast ligt het pleistocene oppervlak dermate diep dat het landschap hier ook vrij snel verdronken zal zijn, waardoor de tijd waarin het bewoond was of kon zijn ook relatief kort is. Archeologische resten uit deze periode worden in het plangebied dan ook niet verwacht. Dit komt overeen met de archeologische beleidskaart van de gemeente. Een lage verwachting geldt eveneens voor de periode Neolithicum – IJzertijd. Het gebied was in deze periode waarschijnlijk te nat voor bewoning. Vanaf de IJzertijd, waarschijnlijk rond 200 v. Chr., is in het gebied weer bewoning mogelijk. Tijdens eerder uitgevoerde onderzoeken op de wierde zijn archeologische resten aangetroffen die te dateren zijn in de IJzertijd (zie paragraaf 2.3). Vanaf deze periode geldt een hoge verwachting die met de wierde verband houdt en met de overgang tussen ophogingslagen van de wierde en de onderliggende natuurlijke kwelderbodem. De hoge verwachting komt overeen met de verwachting op de beleidsadvieskaart van de gemeente. In de wierdelagen kunnen resten worden aangetroffen vanaf de IJzertijd tot in de Nieuwe tijd. Er worden verschillende typen archeologische resten verwacht in de bodem. Uit de periode IJzertijd – Vroege Middeleeuwen kunnen sporen van boerderijen, bijgebouwen, spiekers, palenrijen, hutkommen, sloten, waterputten, afvalkuilen, ploegsporen en begravingsrituelen worden verwacht. Uit de periode Volle Middeleeuwen – Nieuwe tijd kunnen daarnaast resten worden aangetroffen van stenen bebouwing, zoals funderingen, uitbraaksleuven, vloeren, kelders of trappen. Daarnaast kunnen in het plangebied resten behorende bij de bebouwing ten noorden van het plangebied en mogelijk behorende bij het Benedictijner abdij St. Juliana in het plangebied worden verwacht, zoals een waterput/beerput of resten van erfbebouwing (palen, afrastering). De huidige woning dateert uit 1907. Bebouwing lijkt tot deze periode niet in het plangebied aanwezig. Door de aanleg van de fundering van de huidige woning is de bodem ter hoogte van de bebouwing waarschijnlijk tussen de 0,34 en 0,6 m -mv. verstoord. Op basis van de uitgevoerde boringen voor het geotechnisch onderzoek lijkt de bodem intact (paragraaf 2.5). Eventuele wierdelagen kunnen hier aanwezig zijn. Voor de huidige tuin is de kans groot dat de top van de bodem beperkt verstoord is in verband met tuin- en landbouwactiviteiten in de bouwvoor. Daaronder worden eveneens intacte wierdelagen verwacht. Vanwege de beschermde status van het perceel is niet de gemeente Het Hogeland bevoegde overheid, maar de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Bij alle ingrepen die in het plangebied uitgevoerd gaan worden geldt dat een vergunning moet worden aangevraagd bij de minister van OC&W, via de Gemeente Het Hogeland.

Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat vervolgonderzoek noodzakelijk is indien dieper dan 0,15 m -mv wordt gegraven ter hoogte van de huidige bebouwing. Ter hoogte van de nieuw te bouwen schuur wordt sowieso vervolgonderzoek geadviseerd. In het plangebied is sloop/nieuwbouw voorzien op de locatie van bestaande schuur en versterking ter plaatse van het woonhuis. Gezien de locatie van het plangebied binnen een Rijksbeschermd AMK-terrein, is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek dient in eerste instantie te bestaan uit het zetten van boringen. De boringen kunnen niet ter plaatse van de bestaande bebouwing worden gezet omdat deze ten tijde van het booronderzoek nog aanwezig is en de woning nog bewoond is. Geadviseerd wordt om de boringen rond de bestaande bebouwing te zetten zodat een duidelijk beeld verkregen wordt van de dikte van de mogelijke wierdelagen op basis waarvan een nauwkeurig PvE en offerte geschreven kan worden voor eventueel vervolgonderzoek.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-x7w-e5xv
PID https://nbn-resolving.org/urn:nbn:nl:ui:13-ap-slzl
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:197954
Provenance
Creator Bakker, A.M. (Salisbury Archeologie BV)
Publisher Data Archiving and Networked Services (DANS)
Contributor Bakker, A.M.; Drs A.M. Bakker (Salisbury Archeologie BV)
Publication Year 2021
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess; License: http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Representation
Resource Type Dataset
Discipline Archaeology